Morgen is Kunsthandel Olaf Wijman ook van de partij op de kunstmarkt in Eersel.

https://uitjes.nl/kinde…/77248-kunstmarkt-in-kempmuseum.html

Datum: 14-04-2019
14 april sprankelend begin van het Jubileumjaar!
Prachtig om te zien en tegelijkertijd te mooi om te stoppen met kijken, o.a. naar een bijzondere tentoonstelling. Zondag 14 april wordt opnieuw de Kunstmarkt in Kempenmuseum De Acht Zaligheden georganiseerd. Grootser en indrukwekkender dan ooit i.v.m. het 40-jarig Jubileum.

Bezoekers van de Kunstmarkt in Kempenmuseum de Acht Zaligheden worden via de speciale ingang ontvangen, tijdens de grote finale van de Nationale Museumweek. Een ontmoeting met de indrukwekkende creaties van kunstenares Agnes van Dijk is daarbij welhaast onontkoombaar. En als u zich dan los weet te maken van deze unieke tentoonstelling, staan er meer dan 50 kraamhouders te trappelen om hun werk te tonen in de prachtige museumtuin.

Alsof dat niet genoeg is zijn er diverse kunstenaars live aan het werk! Zo wordt er geschilderd en brengen enkele beeldhouwers hun hamer en beitel met zich mee.
Uiteraard wordt er ook aandacht besteed aan de inwendige mens met heerlijke hapjes en drankjes. De museumbakkers staan klaar om heerlijke broodjes te bakken, er is soep en de pannenkoeken zijn sterk aan te bevelen.

Als extra slok op de borrel zullen KrankJorum en De Trom voor muzikaal vertier zorgen.
Om 11:00 gaan de poorten open, de entree bedraagt slecht € 2,- en als het weer dan ook nog een beetje meezit wordt het een heerlijke dag die u niet mag missen.
Uw fiets kunt u parkeren voor het museum en uw automobiel achter het gemeentehuis. Daar is ruim voldoende parkeerplaats en een korte wandeling brengt u bij het museum.

Kom en geniet!

Over Frans Masereel (aantal boeken van deze kunstenaar in stock)

Frans Masereel (1889-1972)
Belgisch Vlaamse schilder, graficus, houtgraveur,
Frans Masereel werd op 30 juli 1889 geboren te Blankenberge, een badplaats aan de Belgische kust, uit welgestelde ouders.

Frans Masereel verbleef tijdens zijn kinder- en adolescentietijd, van 1894 tot 1911, in Gent. Hij woonde er met moeder en stiefvader, liep er school, had er vele vrienden en ademde op het ritme van de stad. De fabrieksstad Gent, waar sociaal onrecht heerste en de arbeiders zich organiseerden, ligt aan de basis van het sociale engagement van de kunstenaar. Dat de stad voor Masereel van bijzonder belang was, bewijzen de vele tekeningen over de stad en Masereels uitdrukkelijke wens in Gent begraven te worden.

Masereel kreeg zijn academische opleiding te Gent (1907-1908) bij de schilder Jean Delvin en werd beschouwd als een uitzonderlijk begaafde leerling. Al vroeg ondernam hij reizen naar Engeland, Zwitserland, TunesiĂ«,… Rond 1910 ging hij in Parijs wonen, en kwam daar toevallig in aanraking met de houtgravure.

Geïnspireerd door anarchistische, maar vooral internationalistische en pacifistische ideeën, moest de jonge Masereel bij het begin van de eerste Wereldoorlog de wijk nemen naar Genève. Dienstweigeren werd, zeker in de nationalistische koorts van die dagen maar ook verschillende jaren daarna, als een onvergeeflijke wandaad tegen het eigen vaderland veroordeeld. Het zou bijna anderhalf decennium duren, en dan nog alleen na tussenkomst van invloedrijke vrienden, vooraleer Masereel ons land weer binnen mocht.
Die ballingschap brengt hem echter in kontakt met een verbijsterend groot aantal intellektuelen en kunstenaars, van verschillende progressieve overtuiging. Mensen als Stefan Zweig, Hermann Hesse, Thomas Mann, Romain Rolland, Klaus Mann, Kurt Tucholsky… behoorden tot zijn persoonlijke kennissen- en vriendenkring. Masereel ontwikkelt zijn vakmanschap als houtsnijder vanuit een duidelijk politiek, maatschappelijk engagement, o.m. als cartoonist-illustrator bij kritische, progressieve (vooral pacifistische) tijdschriften; als ontwerper van affiches en pamfletten, enz.

Frans Masereel debuteert met 3 anti-oorlogsalbums: ‘De doden spreken.’ en ‘De doden staan op.’ (/1917) en ‘De hartstocht van een mens.’ (1918).

In 1919, kort na de Eerste Wereldoorlog, verscheen van Frans Masereel de beeldroman Le soleil. Daarin schetst hij in een zestigtal houtsneden de zoektocht van de mens naar het geluk, gesymboliseerd door de zon. Op iedere houtsnede is wel ergens de zon te zien, maar ze lijkt onbereikbaar voor het hoofdpersonage.

Tot 1920 laat hij bijna duizend tekeningen, waarbij hij scherp de verschrikkingen van de oorlog aan de kaak stelt, dagelijks verschijnen in het pacifistische tijdschrift ‘La Feuille’. Verder werkt Masereel als vertaler voor het Rode Kruis. Daarnaast, weinig bekend, was Masereel schilder, decor- en kostuumontwerper. Zijn schilderijen en aquarellen uit de jaren ’20, laten ons zien hoe de grootmeester van de zwart-wit grafiek tevens een merkwaardig kolorist was.

De eerste jaren na de oorlog wordt hij door de Belgische regering beschouwd als dienstweigeraar. Hij gaat in 1920 weer in Parijs wonen en later in Equihen nabij Boulogne.

Masereel illustreert boeken van o.a. Victor Hugo, Tolstoi, Thomas Mann, Oscar Wilde en Hemingway. Voor “De legende van Ulenspiegel” van Charles de Koster snijdt hij niet minder dan 167 gravures, in 1926. In “De stad” (1925), met een voorwoord van Jelle Troelstra, legt hij in honderd gravures het leven in de stad vast, zoals hij dat zag in de jaren twintig.

Intussen beleeft Masereel misschien wel zijn meest geniale scheppingsperiode. Hij behoort inderdaad tot de voorname ‘Vijf’, samen met Jan-Frans CantrĂ©, Jozef CantrĂ©, Henri Van Straten en Joris Minne, die de Vlaamse houtgraveerkunst renoveerden, na de eerste wereldoorlog.

De beeldroman waar hij zelf het meest van hield was “De idee”. In 83 houtgravures zien we De idee, even naakt als de waarheid, achtervolgd worden door de politie en de justitie, maar ze leeft, overleeft, bemint en plant zich voort. Bij de Duitse anti-nazi’s had dit boek een enorm succes.
Het Idee (later in tekenfilm uitgebracht door B. Bartosch) ‘vertelt’ de heroĂŻsche strijd van de non-conformistische ‘idee’, de anti-burgerlijke waarheid in de vorm van een naakte vrouwenfiguur. Die idee gaat op de vlucht (voor honderden mannetjes met een bolhoed -de wet- die de naakte waarheid niet kunnen aanschouwen en haar wil kleden en verhullen). De vrouw loopt door de grote stad, langs hoge muren en gebouwen, door donkeren straten en steegjes en weet uiteindelijk een gewone man te begeesteren, die vervolgens zijn ‘idee’ aan het volk doorgeeft. Deze idealist wordt opgepakt en tot de kogel veroordeeld. Een lange stoet met duizenden proletariĂ«rs volgt uiteindelijk de kist.
wereldoorlog verbleef Masereel in Avignon en in Nice.

Van 1947 tot 1951 trad hij op als leraar voor sierkunsten te SaarbrĂĽcken.

In 1950 krijgt hij op de biennale van Venetië de Grote Prijs van de gravure.

Frans Masereel stierf in het Franse Avignon op 3 januari 1972 en werd begraven op het Campo Santo in Sint-Amandsberg aan de Schelde.

Tot op het einde van zijn leven was Masereel actief omdat hij steeds bleef geloven in zijn boodschap, menselijke broederschap. Zelf verklaart hij dat hij in de houtgravure het middel had gevonden dat hij zocht om zijn ideeën aan duizenden mensen duidelijk te maken. Door het ontbreken van herdrukken is het nu nauwelijks nog mogelijk van zijn werk kennis te nemen.

Tijdens de rouwplechtigheid kondigde de toenmalige minister van Nederlandse Cultuur in Belgie aan dat het pas aangekochte kunstenaarscentrum voor grafische kunsten in Kasterlee de naam van Frans Masereel zou dragen. zelfportret uit 1923 verscheen kort na zijn dood op een herdenkingszegel. Scherp afgelijnde zwart-witte vlakken op een grijsgroene achtergrond. Vier frank vijftig. In 1972 voldoende voor een brief.

Masereel zou ook Louis Paul Boon beĂŻnvloeden. Bij een van Masereels beeldromans, Le soleil, heeft Boon teksten geschreven.

Bron: Kunstbus

Over Kunstenaar Harrie Gerritz (enkele werken in onze collectie).

Geboren in 1940 te Wijchen, heeft van 1957 tot 1964 aan de Academie voor Beeldende Kunst te Amsterdam gestudeerd. Momenteel woont en werkt de kunstenaar nog steeds in zijn geboorteplaats. Gerritz is opgegroeid in het land van Maas en Waal en dit dierbare thuislandschap blijft hem tot de dag van vandaag boeien en inspireren.

Vanaf het midden van de jaren zestig legt Harrie Gerritz zich toe op het realistisch weergeven van zijn favoriete droomplekken. Hij vindt die plekken in zijn dierbare thuislandschap, het gebied tussen twee grote internationale rivieren die door Nederland stromen en uitmonden in de Noordzee. Het uitgangspunt bij Harrie Gerritz is weliswaar figuratief, maar het resulteert in een gestileerde beeldtaal waarin de nadruk ligt op de elementen die voor de kunstenaar cruciaal zijn. Het horizontaal-verticaal gelede landschap met wolken boven boomformties, agrarische hekwerken en landelijke bouwwerken vormt het hoofdmotief.

Meer dan veertig jaar later is de blik van de kunstenaar sterk geëvolueerd. Het vertrouwde domein is steeds meer een mentaal landschap geworden. Bouwwerken projecteren een archetype van menselijke nederzettingen. Een toren in het landschap is een geometrische vorm geworden, een pijl die als een embleem op het doek staat. Het is het landschap van de verbeelding.

Het landschap heeft genoeg aan summiere horizontale en verticale lijnen, of slechts aan enkele strepen en vlakken. De natuur zelf maakt de dingen wel duidelijk. En zeker voor het geoefende oog van de kunstenaar die het fenomeen al decennialang doorvorst: “Het landschap zit in me…”