ART Rotterdam x Klaas Gubbels 11 en 12 februari 2023

https://www.debijenkorf.nl/reserveren?path=event/klaas-gubbels&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=20230203_nl_NL_bulk&utm_content=304347&utm_term=Nieuwsbrief_DC_bulk_member_ML_version_45&emh=3bd32e85d543d7ed08c6c6a70e3f9930&st=&tr_id=2023-02-03_6943740082595244294&ref=

ART Rotterdam x Klaas Gubbels

Speciaal voor members organiseren we op 11 en 12 februari een lezing over het leven en werk van Klaas Gubbels in het kader van Rotterdam Art Week.

Zaterdag 11 februari
13.00 uur – ontvangst
13.30 uur – lezing door Marly Wemen over de verbinding tussen kunstenaar Klaas Gubbels, Rotterdam en de Bijenkorf
14.15 uur – wandeling naar Christian Ouwens Galerie
15.00 uur – welkomstwoord door Christian Ouwens en vrij bezoek galerie

Zondag 12 februari
11.00 uur – ontvangst
11.30 uur – lezing door Marly Weemen over Klaas Gubbels en de Bijenkorf
12.15 uur – wandeling naar Christian Ouwens Galerie
13.00 uur – welkomstwoord door Christian Ouwens en vrij bezoek galerie

Deelname is 5,- per persoon, inclusief koffie en gebak.

Trek gemakkelijke schoenen aan voor de wandeling naar Christian Ouwens Galerie.

‘Aad was de beste, Gijs de wijste en ik de ruigste. Ik ben in een groot vat met coke en dope gevallen’

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/25/aad-donker-had-zijn-dood-al-vaak-geschilderd-a4155233?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=nrc5om5&utm_content=20230126_5om5+%5BEMAIL+STUDIO%5D&utm_term=20230127

 

‘Aad was de beste, Gijs de wijste en ik de ruigste. Ik ben in een groot vat met coke en dope gevallen’

Gebroeders Donker Gijs en Justus Donker praten over hun broer Aad die 25 jaar geleden stierf. Met natuurgetrouwe schilderijen hadden ze samen internationaal succes. „Maar toen raakte Aad door een fucking liefdesverhaal helemaal van het padje.”

Daar rijden ze weer, net als vroeger over de Rijnsburgerweg van Leiden naar Katwijk aan Zee. Vroeger zat moeder aan het stuur van hun grijze eend en stuiterden de broertjes Gijs (1964), Justus (1966) en Aad (1967) ongeduldig op de achterbank, zich verheugend op een lange, warme, zomerse stranddag.

Die drie jongetjes zouden als twintigers uitgroeien tot veelbelovende kunstenaars. Tot in de Verenigde Staten exposeerden ze door lege doeken aan de muren te hangen om die vervolgens simultaan én vaak naakt te beschilderen. Drie jonge, blonde goden waren het, die – meestal beneveld door bier, wiet en paddenstoelen – galeries en musea omtoverden tot zwijnenstallen. Tot Aad ten onderging aan liefdesverdriet en hun droom in een nachtmerrie veranderde.

Stoplicht. „Ik vergeet nooit meer dat ma door de rem trapte”, herinnert Gijs zich ter hoogte van Oegstgeest. „Ze gooide het portier open en probeerde met haar houten klompen af te remmen, alsof ze op de fiets zat. Doodeng was dat hè, Juust?”

Justus, vanaf de achterbank: „Die hele houten zool was weggesleten! Maar heb jij hier niet later een mini total loss gereden die was volgeladen met champagneflessen?” Gijs, enthousiast: „Klopt, ik remde en er gebeurde helemaal niks. BAF! Helemaal in de prak! Geluk gehad man!”

Vandaag rijdt Gijs in een oude, donkerblauwe Volvo waarvan de centrale vergrendeling het heeft begeven. Om de portieren te openen moet hij – tot groot vermaak van zijn broer – via de achterklep naar binnen klimmen. „Repareren kost een paar honderd euro”, verklaart hij. „Maar deze wagen is nul euro waard, dus ja…”

Het is nogal een verschil met de talloze trips in stretched limo’s waarmee ze in hun gloriedagen door grote Amerikaanse steden cruisden. De zegetocht van de broers begon toen ze zich in 1990 als „drie jonge pikkies” aansloten bij het Amsterdamse kunstcollectief After Nature, dat drie jaar eerder was opgericht door Peter KlashorstJurriaan van Hall en Bart Domburg. De tegendraadse rebellen walgden van conceptuele kunst en vonden dat er weer natuurgetrouw moest worden geschilderd.

„Van Gogh-je spelen”, noemt Justus dat. „Op de kunstacademie ouwehoerde iedereen uren over drie vegen op een doek. We werden helemaal gek van al die lulverhalen. Bij ons zag je gewoon wat het was.” Gijs: „Zo trapten we tegen de elite aan. Gewoon lekker schilderen, niet eindeloos filosoferen. De pers vond het compleet klote: er zat geen idee achter, het was broddelwerk van zondagsschilders. Aan die sappige stukken hebben we veel te danken gehad: mensen wilden met hun eigen ogen zien hoe slecht het wel niet was.”

De broers Justus Donker (links) en Gijs Donker op de expositie in het Katwijks Museum waar werk van hun overleden broer Aad Donker te zien is. Foto Simon Lenskens

Vleesmarkt

After Nature kreeg wel degelijk succes. Exposities in New York, Los Angeles, San Francisco en Chicago trokken steeds meer bekijks, ook van Talking Heads-voorman David Byrne, schilder David Hockney en modekoning Karl Lagerfeld – al hielp het waarschijnlijk ook dat de broers tijdens het schilderen steeds vaker hun kleren uittrokken. Justus: „Hup! Alle broeken naar beneden! Aad, Gijs en ik vonden dat héérlijk, maar de rest deed nooit mee.” Gijs: „De kunstwereld zit vol met mannen die op mannen vallen en vrouwen op leeftijd. Die gingen allemaal plat. Alle poorten gingen open, we waren overal welkom. Wij dachten dat ze ons werk interessant vonden, maar het is ook gewoon een vleesmarkt. Dat klinkt misschien lullig, maar dat moet je wel erkennen.”

Toen Klashorst en Domburg After Nature in 1992 ontmantelden, via een interview in de Volkskrant en tot verbijstering van de rest, gingen Gijs, Justus en Aad verder onder de naam Gebroeders Donker (of in het buitenland: The Donker Brothers). „Knallen en smijten”, omschrijft Justus hun standaard werkwijze waarbij ze versmolten tot een driekoppig en zesarmig wezen en samen grote doeken „volkliederden”.

Wij dachten dat ze ons werk interessant vonden, maar het is ook gewoon een vleesmarkt

Gijs Donker

Decennia later heeft Justus nog steeds dezelfde lange manen als vroeger, samengebonden met een elastiekje, al zijn ze niet meer helblond maar dezelfde kleur als zijn bruingrijze hoedje en lange jas. Gijs is zijn meeste haar inmiddels verloren. En Aad… die is er dus niet meer.

Op 1 november 1998 had hij eerst tegen hun vader gezegd dat hij nog „een belangrijke afspraak” had, en daarna tegen de moeder van een goede vriend dat hij „een lange reis” ging maken. Daarna hing hij zichzelf op in hun gezamenlijke atelier aan het Leidse Rapenburg.

Dat de broers vandaag in de gammele Volvo hun „oude vertrouwde route” afleggen, is dus niet om zoals vroeger naar het strand te gaan, maar voor een weerzien met hun verloren broer. In het Katwijks Museum hangt namelijk een expositie met werk van Aad. Vorig jaar verscheen ook al een lijvige biografie Aad Donker & After Nature, geschreven door Menno Voskuil. Eerder maakte Wim van der Aar ook al de aangrijpend documentaire All You Need Is Me (2016).

Als ze eenmaal door het museum scharrelen, halen de twee herinneringen op aan Aad en spreken ze hardop hun bewondering voor hem uit. „Kijk dat peukie nou”, juicht Gijs bij een van de vele zelfportretten. „Zo knap hoe hij met slechts een paar toetsen dat sigaretje neerzet!”

Aad Donker, Zelfportretten (1998, 1996).

Justus observeert behalve met zijn ogen vooral met zijn handen en vingers. Enkele museumbezoekers kijken verschrikt op als hij plotseling doeken aanraakt om op de speciale details en ruige structuur te wijzen, of om liefdevol over de verf te wrijven, waardoor de werken langs de muur beginnen te schommelen. In onbewaakte ogenblikken trekt hij een fles wodka uit zijn jaszak voor een snelle slok: hij blijkt tussendoor bij een lokale slijter te zijn binnengewipt.

De dood van Aad heeft de broers – die allebei zijn blijven schilderen – hard geraakt. Ook vijfentwintig jaar later noemt Justus de zelfmoord nog steeds „een rotstreek”. „Ik ben nog steeds kwaad op hem. Ik kan niet accepteren dat hij het heeft gedaan. Hij had gewoon geholpen moeten worden natuurlijk, het is zo jammer dat dat niet gebeurd is.” Gijs: „We konden niks beginnen. Ik ben overal geweest: artsen, politie, psychiaters. Overal hoorde ik hetzelfde: nee meneer, hij moet zich vrijwillig melden of aantoonbaar een gevaar voor zichzelf of anderen vormen. Twee weken voor zijn dood lukte het me om hem mee te krijgen naar een intake-gesprek. Nog voordat we de auto weer instapten, gooide hij de kalmeringspillen weg. Hij zei: ‘Zij proberen me ook al te vergiftigen.’”

De ellende was begonnen toen zijn relatie met de New Yorkse kunstgeschiedenisstudente Amy Stone strandde. Gijs: „Ze kwam uit een puissant rijke familie.” Justus: „Ze was zó rijk: dat geld kreeg je in tien levens niet op. Dankzij haar kon Aad in New York blijven wonen.” Gijs: „Ze waren smoorverliefd en zouden gaan trouwen. Toen het huwelijk plotseling werd afgeblazen, via de telefoon, was Aad zo ontdaan dat ik hem niet herkende. Hij was nauwelijks aanspreekbaar en had een heel andere blik in zijn ogen. Wij begrepen er niets van. Er stonden genoeg grieten voor hem in de rij.” Justus: „Die lijperd is echt helemaal gek geworden door een fucking liefdesverhaal. Op den duur wist hij zeker dat de CIA hem afluisterde.” Gijs: „Hij vertrouwde niemand meer. Het was hopeloos.”

Wat te doen als één van de drie musketiers opeens wegvalt? Ruziemaken, zo bleek al snel: zonder Aad ging de regel ‘meeste stemmen gelden’ niet langer op en ontbrak bij conflicten een bemiddelaar. Steeds vaker stonden Gijs en Justus tegenover elkaar en veranderde de broederband in een knipperlichtrelatie: soms zijn ze met elkaar gebrouilleerd, dan zien ze elkaar weer.

Justus: „Aad was de beste van ons drieën, Gijs de wijste en ik de ruigste. Ik ben in een groot vat met coke en dope gevallen. Er zijn zeker twee Mercedessen door mijn neus gegaan, én een grachtenpand.” Die verslaving speelt ook een grote rol in de documentaire Justus (2015) van Frank de Rooij. Inmiddels lijkt het beter te gaan: hij woont niet meer in het tuinhuisje zonder stroom waar hij zijn dagen basend doorbracht, maar krijgt methadon en heeft een woning in een keurige galerijflat.

Aad was de beste van ons drieën, Gijs de wijste en ik de ruigste. Ik ben in een groot vat met coke en dope gevallen

Justus Donker

Gijs wist wel op het rechte pad te blijven, maar kan als kunstenaar met moeite zijn hoofd boven water houden. „Het is een overlevingsstrijd”, zegt hij. „Elke dag gaat op aan: hoe gaan we de boel redden? Welke bordjes moet ik nu weer omhoog houden? Dat geeft zoveel stress.”

Justus: „We zijn nooit commercieel geweest. Dat was altijd ons grootste probleem. Je moet gewoon een uitkering aanvragen.”

Gijs: „Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Van de vijf opdrachten of mogelijke aankopen, gaan er vier niet door. Het lijkt wel of iedereen in de penarie zit.”

Justus: „Lieverd, het laatste wat de mensen nu gaan kopen, is een schilderij.”

Gijs: „Ik douche tegenwoordig koud. Daar krijg je een stoot energie van, dan loop je de rest van de dag te gloeien.”

Justus: „Ik heb al máánden niet gedoucht en spuit gewoon wat parfum over me heen. Werkt ook prima.”

Justus Donker voor het schilderij Bloemstilleven (1998, olieverf op katoen, 280 x 350 cm) dat Aad twee maanden voor zijn dood maakte. Net zulke bloemen lagen op zijn kist. Foto Simon Lenskens

Aangekondigde dood

Achteraf is het makkelijk praten, treuren de broers, maar naast alle vrolijke schilderijen (een bootje in de gracht, een meisje achter de bar, topless zonnebaders op het Katwijkse strand) is het opvallend hoe vaak de dood zich al in Aads werk had aangekondigd. „Dit is zó mooi”, jubelt Justus voor een gigantisch stilleven van een enorme bloemenzee. Het werk – „twee op de markt gekochte en aan elkaar genaaide lappen katoen van twee meter tien” – paste niet door de museumdeuren, vertelt Gijs. „Ik moest het in het atelier loshalen en hier opnieuw opspannen.”

Het schijnbaar onschuldige tafereel dat Aad twee maanden voor zijn dood schilderde, bleek een profetie te zijn. „Het bizarre is: alle rozen, lelies, zonnebloemen en riddersporen lagen in groten getale op zijn grafkist. Maar pas toen ik de foto’s terugzag, viel het kwartje.”

Justus: „Als je geld hebt, dan koop je dit toch?” Gijs: „Tuurlijk, maar dan moeten we niet over dat graf beginnen. Want niemand wil kunst die met de dood wordt geassocieerd.”

Exact die discussie voerden de broers met Aad over zijn andere handelsmerk. „Hij schilderde ontzettend veel doodshoofdjes”, zegt Justus terwijl hij de talloze onvermijdelijke schedels op stillevens en zelfportretten aantikt. Gijs: „En wij zeiden dan tegen hem: ‘Gaaf Aad, wéér een onverkoopbaar schilderij! Niemand wil dit hebben!’”

Ook het zelfportret met de verwarde blik, weggedraaide ogen en de terugkerende tekst ‘High’ zou je als schreeuw om hulp kunnen interpreteren, zegt Gijs. „Dat slaat niet op drugs, maar op zijn wanen”, aldus Gijs. „Hij was toen al helemaal van het padje.”

Nog ijzingwekkender is het portret met opengesperde mond waarop Aad rond en op zijn gezicht tientallen keren de woorden ‘JA’ en ‘NEE’ heeft gekwast. „Dit is zo aangrijpend”, zegt Gijs. „Ga ik het doen, of ga ik het niet doen? Je ziet dat ‘JA’ vaker is geschilderd dan ‘NEE’. Aad was nooit zo’n prater en communiceerde vaak via zijn schilderijen. Maar hij wilde niet dat iemand dit paneel zag en heeft het verstopt in ons atelier. Ik heb het pas lang na zijn dood gevonden.”

En dan staan ze daar, voor Aads laatste zelfportret. Omgeven door een wervelwind aan wilde, felgele penseelstreken steekt hun jongste broer zijn tong naar hen uit. „Mazzel!”, zo vat Gijs de boodschap samen. „Ik ben weg!”

Justus: „De verf was nog nat toen ze hem vonden.”

Aad Donker, Zelfportret met Amy (1995, olieverf op doek, 180 x 180 cm) Foto Simon Lenskens

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of 113.nl

Welkom, fijn dat je er bent

De naam van de kunstenaar is niet echt belangrijk toch?

De geldwaarde van het kunstwerk is evenmin belangrijk – kunst hoeft niet duur te zijn.

Neem rustig de tijd om rond te neuzen op onze website. En kijk naar waar je blij van wordt. Waar jullie blij van worden. En als dan de prijs oké is, kan het genieten beginnen.

Nota bene: zelf vinden wij het ook leuk en interessant om te lezen over kunstenaars en waarom ze doen wat ze doen.

Werk van graficus M.C. Escher is volstrekt uniek

Houtsnede Relativiteit uit 1953. Foto: Collectie Kunstmuseum Den Haag
https://www.ewmagazine.nl/cultuur/achtergrond/2023/01/werk-van-graficus-mc-escher-is-volstrekt-uniek-38666w/

19 januari 2023

Het werk van de volstrekt unieke graficus M.C. Escher (1898-1972) bevindt zich op het snijvlak van kunst en wiskunde. In 2023 wordt zijn 125ste geboortejaar gevierd.

Maurits Cornelis ‘Mauk’ Escher was met niemand te vergelijken. Hij mag in de 21ste eeuw qua wereldwijde bekendheid ­behoren tot de artistieke top-5 van Nederland (met Rembrandt, Vincent van Gogh, Johannes Vermeer en Piet Mondriaan), de Friese ingenieurszoon beschouwde zichzelf nooit als een echte kunstenaar.

Escher speelde met oneindigheid en met vlakverdelingen

Levensloop M.C. Escher

1898 Geboren op 17 juni in Leeuwarden

1916 Maakt eerste grafische werk

1918 Studie bouwkunde in Delft, niet afgemaakt

1919 Begint opleiding tot graficus

1923 Ontmoet in Italië Jetta Umiker, met wie hij trouwt en zich in Rome vestigt. Ze krijgen drie kinderen

1924 Eerste tentoonstelling in Nederland

1935 Bezorgd over fascisme, ­verhuist naar Zwitserland

1936 Geïnspireerd door ­mozaïeken na bezoek aan het ­Alhambra en de Mez­quita

1937 Verhuist naar België

1941 Verhuist naar Baarn, weigert lid te worden van nazi-Kultuur­kamer

1955 Ridder in de Orde van ­Oranje-Nassau

1967 Officier in de Orde van ­Oranje-Nassau

1968 Maakt 7 meter lange houtsnede Metamorphose III

1972 Overlijdt op 27 maart in ­Hilversum

‘Er zijn niet veel kunstenaars die verwantschap voelen met beta-onderwerpen, maar Escher juist wel,’ zegt Judith Kadee (30). ‘Aan wiskunde, meetkunde en kristallografie.’ Kadee is conservator van het museum Escher in Het Paleis, dat ’s werelds grootste museale Escher-collectie tentoonstelt, namelijk die van het Kunstmuseum Den Haag. Op 17 juni is het 125 jaar geleden dat Escher werd geboren, wat voor de Haagse musea aanleiding is voor een serie exposities over de graficus, die zich ontpopte tot meester van de optische illusies.

Escher speelde met oneindigheid en met vlakverdelingen, met zich mysterieus herhalende patronen en met vormen die hij op onnavolgbare wijze in elkaar liet overvloeien. Een eenpersoonskunststroming, wordt hij wel genoemd. Kadee: ‘Met de moderne kunst uit zijn tijd wilde hij in elk geval niets te maken hebben. Hij stippelde volledig zijn eigen weg uit.’ Het Britse Time Magazine concludeerde in 1951 vol bewondering dat Eschers werk weliswaar strikt genomen geen ‘echte’ kunst is, maar dat de maker wel degelijk de ‘horizon van de kunst verbreedt’.

Escher had het geluk dat zijn werk nog tijdens zijn leven uiterst populair werd. Hij gold als een bescheiden, humorvolle man, die hard werkte, maar vele vriendschappen koesterde. Door de eigengereidheid die hij niettemin behield, sprak hij een zeer breed publiek aan. Geliefd was Escher onder zowel wiskundigen als hippies. ‘Zijn toegankelijkheid is zijn grote kracht,’ vindt Kadee. ‘Er is geen jarenlange studie nodig om van hem te genieten. Je hoeft alleen maar te kijken. Hij speelt met je oog, of je nu wilt of niet.’ In haar museum ziet ze dat ook ongeoefend museumpubliek Eschers werk waardeert. ‘Aan veel kunst kleeft, terecht of onterecht, iets ingewikkelds. Maar Escher geeft plezier.’

David Bowie in de film Labyrinth uit 1986, in een op Escher geïnspireerd decor

‘(Inter-)Nationaal erfgoed’ of toen we nog meer hielden van koeien. :) PSP ONTWAPENEND

https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/die-foto-van-die-naakte-vrouw-bij-een-koe-hoe-een-verkiezingsposter-het-beeld-van-de-jaren-zeventig-werd~b1fe3beb/

RECONSTRUCTIEONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN DE PSP-POSTER

Die foto van die naakte vrouw bij een koe: hoe een verkiezingsposter hét beeld van de jaren zeventig werd

De PSP doet een aardig brokje seks in haar verkiezingscampagne’, schreef de Volkskrant in 1971 over de verkiezingsfoto die in Nederland insloeg als een bom. Nu, bijna een halve eeuw later, beschrijven we hoe het beeld van een naakte extatische vrouw in een weiland onderdeel werd van ons collectieve geheugen.

Paul Onkenhout
De verkiezingsposter van de PSP uit 1971. De vrouw is Saskia Holleman. De foto werd in een weiland bij Nootdorp genomen door de Haagse fotograaf Hendrik-Jan Koldeweij. Beeld Geen
De verkiezingsposter van de PSP uit 1971. De vrouw is Saskia Holleman. De foto werd in een weiland bij Nootdorp genomen door de Haagse fotograaf Hendrik-Jan Koldeweij.Beeld Geen

DE POSTER VAN DE PACIFISTISCH SOCIALISTISCHE PARTIJ (PSP)

Jaar: 1971

Collectie: Rijksmuseum

Model: Saskia Holleman

Fotograaf: Hendrik-Jan Koldeweij

Ontwerp: George Noordanus

Bijzonderheid: de foto, gemaakt in een weiland bij Nootdorp, was aanvankelijk bestemd voor het blad Sekstant

Tractoren komen tot stilstand en boeren kijken vanaf een dijkje hun ogen uit als op 4 augustus 1970 in de uitgestrekte weilanden bij Nootdorp een jonge vrouw poseert voor een fotograaf. Ze is naakt. Het is een warme, goeddeels onbewolkte dag.

Uit de Haagse boetiek Hathor heeft de fotograaf een lange jas en hoge, leren laarzen van Pierre Cardin meegenomen. Zijn opdrachtgever heeft een kastanjebruine pruik meegegeven. Onderweg vanuit Den Haag heeft de vrouw zich uitgekleed in de auto.

Saskia Holleman, heet ze. Ze heeft bruin haar en is 25 jaar. De fotograaf, Hendrik-Jan Koldeweij (34), heeft haar benaderd na een tip van een wederzijdse kennis, een saxofonist van het Residentie Orkest. ‘Hollandse erotiek’, is de opdracht die hij heeft gekregen van de artdirector van Sekstanteen populair, taboedoorbrekend tijdschrift over seksualiteit. De vrouw werkt als model, actrice en danseres. Koldeweij betaalt haar 300 gulden, uit eigen zak.

Al eerder heeft de fotograaf de locatie uitgekozen. De koeien gaven de doorslag. Veel ervaring heeft hij niet. Hij heeft niet eerder een naakte vrouw gefotografeerd. Intuïtief doet hij zijn werk, met een professionele Zweedse camera, een Hasselblad. Hij maakt ongeveer 150 foto’s.

Holleman overwint haar schroom snel. Ook haar angst voor de koeien houdt niet lang aan. Ze heeft plezier, mede dankzij de vriendelijke fotograaf. Zittend, liggend, gehurkt, rennend en, op het laatst, dansend laat ze zich fotograferen, afwisselend dicht bij de fotograaf en op enige afstand.

De meeste poses verzint ze zelf. Ze doet de pruik op en af en eet een banaan. De koeien, klassiek zwart-wit, zijn nieuwsgierig, komen steeds dichterbij en beginnen aan haar te snuffelen. De vrouw speelt met ze. De tijd vliegt voorbij.

Koldeweij gaat op zijn buik liggen en kiest voor een nieuw perspectief. Saskia Holleman legt haar handen op haar achterhoofd en kijkt gelukzalig omhoog. Een koe staat links van de vrouw, een rechts en een achter haar. De fotograaf is tevreden omdat eindelijk niet meer goed zichtbaar is dat de vrouw een pruik draagt. Hij maakt een foto.

Op de weg hebben de boeren zwijgend toegekeken. De angst van Saskia Holleman dat er moeilijkheden dreigden, blijkt ongegrond. De boeren laten haar met rust, ook als ze, nog steeds naakt, na een paar uur weer in de auto stapt en met fotograaf Koldeweij terugkeert naar Den Haag. Hieronder een aantal andere, nooit eerder gepubliceerde foto’s die Hendrik-Jan Koldewij maakte van Saskia Holleman:

null Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
null Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
null Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
Beeld Hendrik-Jan Koldeweij

Gevoel van onschuld

Op 15 maart 1971 presenteert de linkse Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) haar poster voor de Tweede Kamerverkiezingen van 28 april. Het is een ongewone gebeurtenis. Verkiezingsposters worden niet gepresenteerd, die zijn er op een dag gewoon, geplakt op houten borden op bruggen en andere drukke plekken in steden.

Op de poster staat een naakte vrouw in een weiland. Haar blik is op de hemel gericht. Achter haar staat een koe die in de lens van de fotograaf kijkt. Tussen de grassprieten door is de uier van de koe goed zichtbaar.

De leuze op de poster is kort, sterk en dubbelzinnig: ontwapenend. Het krachtige beeld van de naakte vrouw, haar extatische pose, het kleurgebruik (groen) en de koe appelleren aan een gevoel van onschuld en een verlangen naar een betere, vrijere en minder vervuilde wereld – precies wat de PSP beoogt.

De progressieve partij provoceert. De seksuele revolutie is in Nederland in volle gang en het taboe op naakt erodeert al sinds de jaren zestig, maar een blote vrouw op een verkiezingsposter zal zonder twijfel opzien baren en op verzet stuiten. Het verkiezingsbureau van de PSP laat op voorhand uitdagend weten dat de partij bij de keuze van de poster ‘vrijmoedig vooruitstrevend’ te werk is gegaan, ‘zich daarbij niet storend aan het eventuele bekrompen weerwerk van hijgerige fatsoensrakkers’.

De poster slaat in als een bom. Vanuit christelijke gevechtsputten wordt de ‘zedeloosheid’ aan de kaak gesteld, vanuit de feministische hoek het vermeende seksisme. Anderen zien het beeld als een overtuigend bewijs van moreel verval. Alle kranten schrijven erover, ook buitenlandse en bijna allemaal drukken ze de poster af.

In Tilburg wordt een inval gedaan in boetiek Marie-Pierre. De poster uit de etalage wordt in beslag genomen en tegen de eigenaar wordt proces-verbaal opgemaakt. In Arnhem weigert een firma de poster op de verkiezingsborden in de stad te hangen. De SGP stelt Kamervragen. Vrouwenorganisatie Dolle Mina presenteert als protest een poster met een naakte man, een koe en de tekst ‘onthullend’:

null Beeld

Het streng-gereformeerde Nederlands Dagblad doet woedend een oproep aan de gemeenteraden om de poster te verbieden. ‘De pornografie tiert welig en de schaamteloosheid kent schier geen grenzen.’ De poster is een ‘onheilig wapen’ waarmee een aanslag is gepleegd op de ‘openbare eerbaarheid’. De PSP is volgens de krant een partij die laag is gezonken.

Het linkse kamp, verzamelplaats van propagandisten van een vrije seksuele moraal, geniet intussen. ‘De PSP doet een aardig brokje seks in haar verkiezingscampagne’, schrijft de Volkskrant geamuseerd in de rubriek Dag in dag uit.

‘De vrijheid blijheid die de pacifisten op seksueel gebied propageren, wordt op de verkiezingsaffiche tot uitdrukking gebracht door een blote juffrouw die zich levenslustig heeft opgesteld voor een nogal verontwaardigd kijkende koe.’

De poster is populair en felbegeerd. De kleine PSP, met vier zetels in het parlement vertegenwoordigd, heeft massaal aandacht getrokken. Overal in Nederland worden studentenhuizen volgehangen met de poster.

Als het eerste rumoer is verstomd, begint nog iets anders op te vallen. De heisa is niet structureel, maar incidenteel en wordt opgeroepen door minderheden. Nederland is toleranter dan ooit tevoren, blijkt in het voorjaar van 1971. Veel kranten drukken de poster af, zonder dat abonnees in opstand komen.

Zelfs de Provinciale Zeeuwse Courant, ook gelezen door een grote groep strenggelovige christenen, houdt zich in. Bloot slaat dood, is de kop boven een afkeurend hoofdredactioneel commentaar over de poster met een ‘blijmoedige juffrouw zonder kleren, die zich opgewekt heeft opgesteld bij een wat een droevig kijkende koe’.

Maar in hetzelfde commentaar klinkt ook een ander geluid. Het mág, de poster. ‘Als de PSP deze verkiezingen wil ingaan als de partij, die zoveel bloot in haar propaganda doet, is dat háár zaak.’

Voor de tegenstanders is er een kleine genoegdoening. Bij de verkiezingen in april raakt de PSP twee van de vier zetels kwijt.

Saskia Holleman

Saskia Holleman heeft in 1970 ambities als model en actrice. Ze speelde al toneel op de MMS in Rijswijk, de Middelbare Meisjes School. In 1967, het jaar dat ze van de Academie voor Kleinkunst wordt gestuurd omdat ze docenten en de directie zou hebben beledigd, heeft ze een rolletje in Who’s that knocking at my door/I call first, de debuutfilm van de Amerikaanse regisseur Martin Scorsese. Hieronder een fragment uit die film:

‘Een meisje dat in een erotische droom van Harvey Keitel verschijnt’, zo vat het Digitaal Vrouwen Lexicon haar rol later samen. De verhulde vrijpartij, begeleid door The End van The Doors, is het begin van een loopbaan waarin Holleman langs landelijke bekendheid scheert.

Ze speelt mee in de tv-serie Maigret, samen met onder anderen Pleuni Touw, Carol van Herwijnen, Jan Blaaser en Mimi Kok, figureert in de populaire Rudi Carell Show en treedt op in twee revues, Met man en muis van Annie M.G. Schmidt en Van toen tot thans van Snip en Snap.

Holleman is geen Haagse van geboorte. Holleman wordt geboren in Leeuwarden en maakt deel uit van een katholiek gezin dat het spoor volgt van de kostwinner. Haar vader is leraar Grieks en Latijn die later conrector en rector wordt op middelbare scholen in Drachten, Wageningen en Rijswijk. Ze is het oudste kind van de drie. Haar wil is sterk, haar eigenzinnigheid groot. De relatie met haar vader is slecht. Hij vindt haar losbandig en zij daagt hem uit, bedoeld of onbedoeld.

‘Slechts met een mooie gehaakte herendas om de heupen’ (aldus NRC Handelsblad in een opgetogen recensie) is Saskia Holleman in maart 1971 een van de ‘Girls of Holland’ in het Amerikaanse blad Playboy. Haar vader koopt het blad en toont met onverwachte trots de foto aan vrienden en bekenden. Ze vindt het verachtelijk en neemt hem zijn dubbele moraal kwalijk.

Een jaar eerder heeft ze een kleine rol gehad in een ‘erotische fantasie’ met veertien korte softpornofilms die pas vier jaar later, in 1974, zou worden uitgebracht. De titel, ontleend aan een Amsterdams festival uit die jaren, spreekt boekdelen: Wet dreams. Lasse Braun, later een van de koningen van de porno, is een van de regisseurs.

null Beeld

Naakt acteren of poseren, kost haar geen moeite. Saskia Holleman schaamt zich niet snel, ze kan dansen en acteren en heeft ervaring als model. Ze is de vrouw naar wie fotograaf Hendrik-Jan Koldeweij in de zomer van 1970 op zoek is.

Koldeweij is een bekende Hagenaar in artistieke kringen. Hij beweegt zich in de wereld van de mode, als ontwerper van onder meer hoeden. Met zijn vrouw Thea van Loon is eigenaar van Hathor, een boetiek die vanaf 1968 ook buiten Den Haag bekendheid geniet en populair is onder diplomatenvrouwen.

‘Thea maakt de couture-achtige kleren die erg geschikt zijn voor Den Haag’, schrijft het Algemeen Handelsblad in maart 1969. ‘Ze bedenkt (gelukkig) ook hippere kledij voor minder Haags gestemde jonge mensen.’ De pakken in zilverkleurig en goudgeel kunstleer zijn ‘zeer de moeite waard’.

Ook het café dat Thea van Loon en Hendrik-Jan Koldeweij in het achterhuis van de boetiek openen, is een succes. Café Hathor wordt al snel een verzamelplaats voor artistiek Den Haag.

Koldeweij tekent en heeft een opleiding gevolgd aan de Vrije Academie. Als dienstplichtig militair wordt hij uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Met fotograferen begint hij bij de marine luchtvaartdienst. Een van zijn opdrachtgevers is Sekstant, het blad van de NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming.

Leo Schepman is de artdirector en vormgever van Sekstant. Aan Koldeweij vraag hij om een serie foto’s ‘met een erotische lading, maar niet aanstootgevend’. Aan tekst is bij Sekstant nooit gebrek, maar geschikte foto’s voor het blad zijn moeilijk te vinden.

fotograaf Hendrik Jan Koldeweij in zijn woning in Den Haag Beeld Ivo van der Bent
fotograaf Hendrik Jan Koldeweij in zijn woning in Den HaagBeeld Ivo van der Bent

Koldeweij laat in het kantoor van Sekstant in de Anna Paulownastraat ongeveer tien foto’s achter die hij in het weiland in Nootdorp van Saskia Holleman heeft gemaakt. Schepman spreekt met hem af dat de fotograaf alleen wordt betaald als een van zijn foto’s in Sekstant wordt geplaatst. Dat gebeurt maar één keer, paginagroot, in het novembernummer van 1970.

George Noordanus

Sekstant is populair. In de jaren zestig stijgt de oplage tot boven de 200 duizend. De populariteit wordt versterkt door de mogelijkheid die de vereniging biedt om discreet voorbehoedsmiddelen aan te schaffen. Wie bij de NVSH condooms bestelt, kreeg ze in een neutrale enveloppe thuisbezorgd.

Geen taboe blijft in Sekstant onbesproken, geen onderwerp wordt geschuwd. Onder leiding van Mary Zeldenrust-Noordanus is de NVSH een beweging geworden die opkomt voor seksuele vrijheden; porno bijvoorbeeld en partnerruil. Over een onderwerp als pedofilie wordt tamelijk welwillend geschreven.

Nadat hij zijn studie grafische vormgeving aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten heeft afgerond en anderhalf jaar voor de KLM heeft gewerkt, is Leo Schepman als grafisch ontwerper voor zichzelf begonnen. Hij maakt op het breukvlak van de jaren zestig en zeventig deel uit van een artistieke Haagse kring die zich kan meten met de Amsterdamse culturele voorhoede, een vriendenclub die naar dezelfde feesten gaat en naar dezelfde muziek luistert.

Ook Phil Bloom uit Leidschendam hoort erbij. Bloom, oud-student aan de Koninklijke Academie en de Vrije Academie, had in 1967 de nieuwe tijd geïllustreerd door naakt op televisie te verschijnen, in het VPRO-programma Hoepla. Ze is een bekende van George Noordanus, ook een Hagenaar en in 1971 een stagiair van Schepman. Hoewel hij een neef van de NVSH-voorzitter is, heeft zij geen bemoeienis met de stage gehad.

Phil Bloom, de eerste blote vrouw op de Nederlandse televisie, in het VPRO-programma Hoepla. Beeld ANP
Phil Bloom, de eerste blote vrouw op de Nederlandse televisie, in het VPRO-programma Hoepla.Beeld ANP

Noordanus heeft politieke aspiraties. Hij is 25 en maakt deel uit van de commissie die de PSP, een linkse, pacifistische partij, voorbereidt op de landelijke verkiezingen op 28 april 1971. Noordanus voelt grote verwantschap met de provo’s.

Hij is links, langharig en opstandig – en pacifistisch. Noordanus weigert in militaire dienst te gaan. Hij brengt zijn diensttijd door in de Rijks Psychiatrische Inrichting in Eindhoven, als leerling-verpleger. Daar wordt hij op een dag aangevallen door een patiënt, een moordenaar.

De reactie van de hoofdverpleger (‘Ga eerst maar eens naar de kapper’) maakt hem woedend. Noordanus laat het Ministerie van Oorlog weten dat hij hier geen genoegen mee neemt en wordt naar een werkkamp voor dienstweigeraars gestuurd, Kamp Vledder in Drenthe. Hij loopt weg, keert terug naar zijn ouderlijk huis in Den Haag en wordt uiteindelijk afgekeurd.

Kortstondig is Noordanus werktuigbouwkundig constructeur en protestzanger. Op 1 mei 1966 wint hij de publieksprijs van de Protest Song Wedstrijd die de PSP in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam organiseert.

Noordanus haalt er de Nederlandse en Belgische tv mee, maar acht zichzelf niet getalenteerd genoeg. Hij gaat studeren aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten en zet zich als vrijwilliger in voor de politieke partij die sinds de oprichting in 1957 pleit voor socialisme en geweldloosheid.

In de aanloop naar de landelijke verkiezingen in 1971 wordt hem gevraagd of hij de verkiezingsposter van de PSP wil ontwerpen. Hij praat er in de studio in de Anna Paulownastraat over met Schepman van Sekstant.

Net op dat moment komt Hendrik-Jan Koldeweij binnen. Hij legt foto’s op het bureau van een naakte vrouw in een weiland. Koldeweij heeft zijn foto’s aangepast aan het formaat van Sekstant. Noordanus is het enthousiastst over de foto waarop de vrouw met een gelukzalige blik naar de hemel kijkt. Fantastisch, zegt hij.

Nog dezelfde avond legt hij zijn idee in Utrecht voor aan de verkiezingscommissie van de PSP. De foto heeft hij meegenomen. Noordanus legt zijn bedoeling uit: de foto van de vrouw en de tekst PSP, meer niet. Dat is te karig, meent iemand.

Een ander lid van de verkiezingscommissie, Jos Noordhuizen, stelt voor om de tekst ‘Ontwapenend’ op de poster te zetten. Mede vanwege de dubbele betekenis is iedereen enthousiast. Er wordt geapplaudisseerd.

Pas daarna komt er verzet. De PSP is een ongewone partij, een samensmelting van extremen. Aan de ene kant staan de dogmatische marxisten, aan de andere kant de pacifisten. De eerste groep maakt bezwaar tegen de poster omdat het socialistische karakter van de partij op geen enkele manier onder de aandacht wordt gebracht.

Aan de discussie in Utrecht komt een eind als een jonge radiomaker van de Avro en de Vara het woord neemt. In 1970 heeft hij zijn tv-debuut gemaakt voor de VPRO. Half voor de grap zegt Ad ’s-Gravesande tegen de critici dat ze moeten oprotten. ‘Iedere arbeider is gek op een naakt wijf.’ De kogel is door de kerk.

Noordanus geeft de drukkerij opdracht voor twee drukgangen, in licht- en donkergroen, waardoor de poster een groene glans krijgt. Groen is de huiskleur van de PSP. Te gek, denkt George Noordanus als hij de eerste poster ziet.

In zijn benedenwoning in de Haagse Copernicusstraat plakt hij de poster tegen het raam. Als hij ’s avonds thuiskomt, ziet hij zijn katten op straat lopen. De ruiten zijn ingegooid, de gevel is besmeurd met verf. Hetzelfde gebeurt bij zijn ouders thuis. Zijn vader, een fanatieke PSP’er, had de poster ook voor het raam gehangen.

1.250 gulden

Saskia Holleman is op wintersportvakantie als de verkiezingsposter van de PSP wordt ontworpen en gedrukt. Tevergeefs proberen de bedenker, George Noordanus, en de fotograaf, Hendrik-Jan Koldeweij, haar te bereiken en toestemming te vragen.

Jaren later, in 2005, kijkt ze daar in Trouw op terug. Ze vertelt over een bezoek van Noordanus en Koldeweij aan de Vara-studio in Hilversum waar ze is voor opnamen van de serie Klatergoud. De mannen rollen het affiche voor haar uit. Van schrik slaat ze haar hand voor haar mond.

‘‘Leuk hè’, zeiden ze. Ik schrok en zei: ik weet niet of ik het zo leuk vind. In Sekstant staan is één, op alle reclamezuilen in het land hangen toch wat anders.’

Een dag na het gesprek laat Holleman weten dat ze 1.250 gulden eist. Ze voert de druk op. Als de PSP niet akkoord gaat, dreigt ze, zal ze een kort geding aanspannen. ‘Van Noordanus hoorde ik dat de PSP in alle staten was: wij zijn maar een arme partij. Na veel vijven en zessen gingen ze overstag.’

Haar verontwaardiging is deels gespeeld. De kranten die in maart 1971 op zoek gaan naar de vrouw in het weiland en met haar spreken, merken niets van woede, integendeel.

‘Ik vind het goed dat iemand het nu eens aandurft voor zoiets een naaktfoto te gebruiken’, zegt ze tegen Het Vrije Volk. ‘Als er mensen zijn die zich er druk over maken, zijn dat gewoon bekrompen viezeriken.’

Dat ze door de poster met de PSP wordt geassocieerd, vindt ze ‘niet zo’n ramp’. Ze staat ‘niet onwelwillend’ tegenover de denkbeelden van de partij. ‘Voor een rechtse, conservatieve club had ik het nooit gedaan.’

In de Leeuwarder Courant omschrijft ze de poster als ‘leuk, heel mooi’. Het Parool maakt een foto van haar terwijl ze lachend voor de poster poseert. Iedereen loopt weg met die poster, zegt ze in de krant. ‘Ikzelf niet in de laatste plaats.’

Saskia Holleman poseert voor de poster. Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
Saskia Holleman poseert voor de poster.Beeld Hendrik-Jan Koldeweij

EEN GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE POPCULTUUR IN 100 VOORWERPEN

Ook de naoorlogse Nederlandse popcultuur verdient een geschiedschrijving. Dus daar zijn we mee begonnen. Dit is aflevering 74 van die serie. En omdat die vorm zo ontzettend leuk is, doen we het aan de hand van concrete voorwerpen.

‘Schijtziek van die poster’

Bijna een halve eeuw later hebben Hendrik-Jan Koldeweij (82) en George Noordanus (74) weinig zin om te praten over de verkiezingsposter die een icoon werd van de jaren zeventig en daardoor nooit uit hun leven is verdwenen.

Koldeweij: ‘Ik heb geen trek meer in dat gedoe.’

Noordanus: ‘Op het laatst werd ik schijtziek van die poster.’

Maar al snel liggen er in het appartement van Koldeweij in Den Haag en van Noordanus in Amsterdam mapjes op tafel met oude foto’s, krantenknipsels en PSP-stickers en praten ze met genoegen over de ontstaansgeschiedenis.

Hun gevoel is dubbel. Noordanus vindt dat zijn rol te groot is gemaakt, Koldeweij voelt zich miskend en financieel gedupeerd. In veel publicaties en op veilingsites waar de PSP-poster te koop wordt aangeboden, wordt Noordanus als enige genoemd. Koldeweij blijft onvermeld.

Het is een van de redenen dat Noordanus niet staat te popelen om een gesprek over de poster te voeren. ‘Ik heb niet met dat meisje in de wei gestaan, al denken veel mensen van wel. Als Hendrik-Jan die foto’s niet had gemaakt, was die poster er nooit geweest. Het was geen concept van mij. Het was gewoon toeval dat hij precies op dat moment die foto op mijn bureau legde en ik dacht: hé, die is niet voor de NVSH, die is voor de PSP.’

Wat hem in de loop der jaren ook steeds meer begon te irriteren, is dat zijn werk vaak werd gereduceerd tot één ontwerp, die poster. ‘Maar daarna heb ik nog wel een paar andere dingen gedaan.’

Noordanus is ook de man die in de jaren zeventig als grafisch ontwerper de vormgeving van Muziekkrant Oor aanpakte en voor het tot dan toe marginale blad de weg vrijmaakte naar een groter publiek. Hij had een eigen studio in Amsterdam, ontwierp platenhoezen van Nederlandse bands als Earth & Fire, Alquin en Kayak, at scholletjes met de leden van Procol Harum en werd dronken met Glenn Frey van de Eagles.

Nadien werkte hij jarenlang voor een groot reclamebureau, Ogilvy, dat hem inzette voor grote campagnes van onder meer Philips, Shell, Polaroid, Unilever en de Rijksoverheid. ‘Die poster was maar een geintje. Ik heb geen moment gedacht dat het zo groot zou kunnen worden.’

De bedenkingen van Koldeweij hebben een andere oorzaak. Afgezien van het honorarium voor de ene foto in Sekstant, heeft de fotograaf nooit betaald gekregen voor zijn fotoserie. ‘Om duistere redenen heb ik nooit het copyright gehad op de foto op het affiche.’ De PSP eigende zich de foto zonder te betalen toe. ‘Ik heb er alles aan gedaan, maar niets hielp.’ De partij waar de PSP in 1990 in opging, GroenLinks, reageerde later evenmin op aanmaningen.

Alleen een Duits blad dat de poster afdrukte, de Bunte Illustrierte, maakte ooit 150 mark naar hem over. ‘Dat zette me aan het denken. En al die andere bladen dan die de foto hadden geplaatst? Die hebben me nooit iets betaald.’ Het is ook zijn eigen schuld, zegt hij. Hij had scherper moeten zijn. ‘Ik was te makkelijk, ik zat er niet bovenop.’

Noordanus: ‘Hendrik-Jan heeft het wel gehad met die poster. Op een gegeven moment dacht hij dat ik er veel geld aan zou hebben verdiend. Doe niet zo raar man, heb ik toen gezegd, dat zou ik nooit doen zonder jou.’

Koldeweij heeft een tiental posters in zijn bezit, het grote en het kleine formaat. Hij wil ze te koop aanbieden. ‘Ik heb geen begrafenispolis, misschien kan van dat geld mijn uitvaart worden betaald.’

Op zijn computer opent hij een schat: een map met tientallen, nooit gepubliceerde foto’s van een naakte vrouw in een weiland in Nootdorp, genomen op 4 augustus 1970. Koldeweij heeft de negatieven altijd bewaard en de foto’s laten digitaliseren. Een voor een toont hij de foto’s.

Te zien is hoe Saskia Holleman haar schroom verliest, haar angst voor de koeien overwint en vrijuit en met plezier poseert, zittend, liggend en dansend. En naakt. ‘Dat zou nu niet meer kunnen hè. Iedereen is tegenwoordig zo preuts als de pest. Het is allemaal zo veranderd.’

null Beeld Hendrik-Jan Koldeweij
Beeld Hendrik-Jan Koldeweij

De rechtbank als theater

Saskia Holleman keert de wereld van het theater en de televisie na een paar jaar de rug toe. In 1972 beleeft ze een artistiek hoogtepunt. Als invaller krijgt ze een hoofdrol in Hair. Al snel botst ze met de producent van de hippiemusical, die weigert financiële verplichtingen na te komen. Ze neemt het voortouw in de strijd. Haar rol als activist past bij haar aard: ze is geen vrouw die over zich heen laat lopen en een tikje bazig bovendien; levenslustig ook.

Als ze op een avond in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring een man ontmoet, literair vertaler Peter Verstegen, neemt haar leven een wending. Hij spiegelt haar voor dat de rechtbank óók een soort theater is en stimuleert haar om rechten te gaan studeren. Daarmee begint ze in 1973, hetzelfde jaar dat Verstegen de prestigieuze Martinus Nijhoff Prijs wint voor een vertaling van een roman van Vladimir Nabokov.

Verstegen en Holleman trouwen in 1989. Ruim dertig jaar lang is ze advocaat, eerst bij een groot kantoor, later als ‘eenpitter’. Mr. S.M. Holleman houdt kantoor aan huis, op de Leidsegracht in Amsterdam, en richt zich op wat Verstegen ‘het kleine criminele uitschot’ noemt, ‘dopedealers en inbrekertjes’. Jarenlang is ze een dagelijkse stamgast in café Hoppe op het Spui.

In 2010 wordt ze getroffen door plaveiselcelcarcinoom, een vorm van huidkanker. De vrouw van de PSP-poster overlijdt op 10 juni 2013, thuis en na euthanasie, niet lang na een grootse viering van haar 68ste verjaardag.

IN HET MUSEUM

Ook een halve eeuw na de presentatie trekt de PSP-poster aandacht. Saskia Holleman, de vrouw in het weiland, kreeg een plaats in een tentoonstelling die in het Amsterdam Museum nog tot 10 maart te zien is, 1001 vrouwen in de 20ste eeuw. Een boek met dezelfde titel, samengesteld door Els Kloek, verscheen vorig jaar. In een verkiezing van het ReclameArsenaal in 2006 werd de PSP-poster gekozen tot beste verkiezingsaffiche van de afgelopen negentig jaar. In 2012 ontstond een relletje toen Facebook de poster van het platform verwijderde.

TE KOOP

De verkiezingsposter van de PSP uit 1971 wordt, in drie formaten, regelmatig te koop aangeboden op Marktplaats en Catawiki, het online veilinghuis. Vorige maand werd op Catawiki een poster van 116 x 83 verkocht voor 380 euro. Ook het Hoornse veilinghuis Van Sabben heeft soms originele posters online staan. Er is een betaalbaar alternatief. Bij het ‘Huis voor democratie en rechtsstaat’ ProDemos in Den Haag zijn, op A 1-formaat, herdrukken van de PSP-poster te koop voor slechts €14,90. Zie reserveren.pwebshoprodemos.nl/

het universum van de 89-jarige Klaas Gubbels

https://museumtijdschrift.nl/artikelen/nieuws/januarikunst-het-universum-van-de-89-jarige-klaas-gubbels/

Afgelopen week bereikte Klaas Gubbels de fantastische leeftijd van 89 jaar. Nog een ander hoogtepunt heeft 2023 voor Gubbels in petto: 65 jaar geleden tekende hij het huurcontract van zijn atelier op de zolder van het voormalige koetshuis in landgoed Lichtenbeek. Daar is hij nog altijd dagelijks te vinden, de foto toont het uitzicht vanaf zijn stoel voor de potkachel. Achter en rondom de kunstenaar werk van bevriende collega’s als JCJ Vanderheyden en Maria Roosen, maar ook Afrikaanse maskers en ketels in alle soorten, maten en kleuren.

Aan het raam een vogelhuisje, buiten glooit het Gelderse landschap. Als bezoeker kom je ogen tekort om alle beelden in je op te nemen. Zelf kijkt Gubbels al heel lang naar de drie grote schilderijen, koffiekopje, tafel, ketels in gedempt kleurenpalet. Zijn ze goed? Zijn ze af? Wat het vooral niet mag zijn: te mooi. Er moet een vlekje in zitten, een kras, een kleine imperfectie. Pas dan mogen ze het atelier verlaten.

Joep Coppens (82) maakte enorme kunstwerken, maar nu lukt het niet meer. “Mijn vader vond dat ik er geen geld mee kon verdienen”

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/4214443/joep-82-maakte-enorme-kunstwerken-maar-nu-lukt-het-niet-meer

NLJoep Coppens (82) maakt beelden groter dan zichzelf (foto: Alice van der Plas).

 

Het brein van een kunstenaar stopt niet als hij of zij 65 wordt. Joep Coppens uit Vlierden had nog genoeg beelden in zijn hoofd om lang door te gaan met zijn werk. Geen sinecure, want de 82-jarige maakt bronzen beelden die vier keer zo groot zijn als hijzelf. Maar nu is hij met pensioen gegaan. “Mijn lichaam had de kracht er niet meer voor.”
In het atelier van Joep zwaaien nog de kettingen die hij gebruikte om de onderdelen van zijn grote beelden in elkaar te zetten. Joep staat naast een van zijn laatste beelden, dat hoog boven hem uittorent. “Ik maakte beelden van brons, maar de laatste tijd van hout. Toen ik dit beeld af had, dacht ik, dit moet ik niet meer doen. Ik heb toen nog een beeld gemaakt, voordat ik echt stopte.”

Joep is niet de enige die doorwerkt na zijn pensioen. Ruim 300 duizend Nederlanders doen volgens het CBS hetzelfde. En onder de kunstenaars is het aantal dat doorwerkt groot. In 2020 was een kwart van de kunstenaars boven de 65. “Ik kon niet stoppen toen ik 65 werd. Ik had dromen in mijn hoofd. Het geeft zoveel voldoening als die droom een concreet beeld wordt”, zegt Joep.

“De mensen kopen geen beelden meer.”

En dus beitelde hij nog bijna twintig jaar door. Zijn werken worden geïnspireerd door de organische vormen van de natuur. Skeletten met name. “Het skelet staat voor mij voor levenskracht. Toen ik jong was, vond ik een keer een egeltje dat was opgegeten. Ik heb dat skelet nauwkeurig bestudeerd, omdat ik het zo interessant vond.”

Joep heeft behalve een volle expositieruimte ook nog een grote beeldentuin bij de molen van Vlierden. Veel van zijn beelden zijn nog te koop. “Ik heb in mijn carrière 1300 beelden gemaakt”, zegt hij. “Maar verkopen is echt heel moeilijk geworden. De mensen kopen geen beelden meer. Dat is ook een van de redenen dat ik stop.”

“Mijn vader vond dat ik er geen geld mee kon verdienen.”

Joep begon op 17-jarige leeftijd met beeldhouwen. Zijn eerste beeld was het hoofd van zijn vader. Die zag het niet zitten dat Joep kunstenaar werd. “Ik kon daar geen geld mee verdienen, vond hij. Hij had liever gehad dat ik een fotozaak was begonnen. Mijn vader was fotograaf.” Zijn foto’s inspireerden Joep. Hij ging naar de Jan van Eyck Academie.

Een loopbaan van ups en downs volgde. Joep was eens afhankelijk van de omstreden Beeldend Kunstenaars Regeling. Kunstenaars kregen toen een uitkering in de ruil voor kunstwerken. Niet iedereen vond dat een geweldig idee, maar Joep heeft er zijn lange carrière mede aan te danken. Een van de dingen waar hij het meest trots op is: het beeld dat in Horst staat. Het werk van Joep is op verschillende plekken in Brabant in het openbaar te zien.

Maar zijn gezondheid haalde Joep uiteindelijk in. “Ik kreeg kanker. Daar ben ik gelukkig van genezen. Maar door de chemo en de bestraling is mijn kracht verdwenen. Ik kan het gewoon niet meer.” Het enorme beeld in zijn atelier maakte Joep toen hij ziek was. Het leidde hem af. Zondag wordt zijn biografie ‘Levenslang’ gepresenteerd.

Coppens heeft de kracht niet meer om te beeldhouwen (foto: Alice van der Plas)
Coppens heeft de kracht niet meer om te beeldhouwen (foto: Alice van der Plas)

 

Kees van Dongen: rauw, wild, gracieus en met milde blik (NRC)

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/20/kees-van-dongen-rauw-wild-gracieus-en-met-milde-blik-a4154831?utm_source=push&utm_medium=topic&utm_term=20230120

Expositie In het Singer Museum is nu te zien hoe Kees van Dongen rond 1900 uit Rotterdam naar Parijs vertrok en het daar maakte tussen grote namen als Picasso en Matisse, met wie hij in één adem werd genoemd.

Kees van Dongen, Fernande Olivier (ca. 1907-1908) en De vinger aan de wang (1910).
Kees van Dongen, Fernande Olivier (ca. 1907-1908) en De vinger aan de wang (1910).Foto’s particuliere collectie en Museum Boijmans 

Beeldende kunst

Kees van Dongen, de weg naar succes. T/m 7 /5 in Museum Singer Laren. Gastconservator en catalogus (€29,95): Anita Hopmans. Inl: singerlaren.nl

20 januari 2023

Wat een kop! Sla even zijn vroege werk over en loop snel door naar de tweede zaal van de expositie Kees van Dongen, de weg naar succes en begin met Zelfportret (1909). Hij was toen 32 jaar oud en schilderde zichzelf rood en zijn in een tiental brede streken geverfde lippen nog roder. Krachtige donkere ogen nemen de wereld zelfbewust op. De jonge man, die zo’n tien jaar eerder vanuit het Rotterdamse voorstadje Delfshaven naar Parijs vertrok, is een van de belangrijke schilders van zijn tijd geworden.

Kees van Dongen schilderde in Montmartre in ateliergebouw Le Bateau-Lavoir. Picasso had dat voor hem geregeld. Diens vriendin Fernande Olivier stond model voor hem. Van Dongen was bevriend met Georges Braque, exposeerde met de avant-garde en genoot van het Parijse (nacht)leven. Hij was een van de eersten die bij fel elektrisch licht portretten schilderde (de stroom kwam van theater Folies Bergère). Tijdens het uitgaan schetste hij danseressen en andere dames, maakte daar later schilderijen van en ging het platteland op om landschappen te maken.

Van Dongen schilderde in een post-impressionistische stijl, beïnvloed door de analytische blik van de kubisten en het felle kleurgebruik van de fauvisten. Zijn Parijse landschappen vielen op bij handelaren en kunstliefhebbers. Net als zijn taferelen uit cafés en danszalen. Ook al voor hij naar Parijs kwam, had Van Dongen een soort van journalistiek oog voor situaties en publiceerde regelmatig tekeningen in kranten en tijdschriften.

Dat kijktalent blijkt uit zijn schilderijen van vrouwen. Zoals in het in 1902-1903 met veel grijzen geschilderde doek Vrouw die haar onderrok vastmaakt. Daarin heeft hij overtuigend weergeven hoe zij iets gebogen met één been op een lage tafel staat, terwijl ze achter haar rug met moeite iets vastknoopt. Vijf jaar later schildert hij de ene na de andere vrouw: brede halen, stevige kleuren, harde contouren, grote ogen en boeiende houdingen.

Kees van Dongen, Fauvistisch zelfportret (1909).Foto Particuliere collectie