Kunstenaar Jeroen Henneman vat het leven bondig samen: ‘Nieuwsgierigheid en discipline, veel meer heb je niet nodig’

https://www.volkskrant.nl/es-b2ef40b0

Jeroen Henneman heeft een ontembare nieuwsgierigheid. ‘Daar lijd ik wel eens onder, want soms gaat het alle kanten op.’ Beeld Els Zweerink
Jeroen Henneman heeft een ontembare nieuwsgierigheid. ‘Daar lijd ik wel eens onder, want soms gaat het alle kanten op.’Beeld Els Zweerink

Hij is vooral bekend om zijn kunst in de openbare ruimte: strakke sculpturen die slechts uit een paar lijnen bestaan. Maar Jeroen Henneman maakte de afgelopen zestig jaar nog veel meer. Deze week is hij onze gids, en deelt hij behalve zijn favoriete kunstenaars ook graag de beste auto-ontwerper.

Sarah van Binsbergen

We hadden het kunstenaar Jeroen Henneman niet expliciet gevraagd. Want het zou wat te hoogdravend klinken: leg eens uit, wat is de essentie van het leven? Maar laten vragen die je niet hebt gesteld (misschien niet eens hebt bedacht) nou juist de mooiste antwoorden op te leveren. Een gesprek met Henneman (80) zit vol met zulke cadeaus. Of het nu gaat om wijze lessen, of om anekdotes uit de tijd dat hij als jongeman door Europa zwierf en zijn leven, om maar iets te noemen, gered werd door een groep Franse monniken. En dus vat hij in zijn keuken, op de bovenste verdieping van zijn huis met uitzicht over het Vondelpark in Amsterdam, het leven kort en bondig samen: ‘Nieuwsgierigheid en discipline, veel meer heb je niet nodig.’

Twee ateliers

Zelf heeft hij beide in overvloed. ‘Soms kijk ik van een afstandje naar mezelf en dan denk ik: sta je daar nou alweer, in je atelier?’ Dag in dag uit is hij bezig, ‘een beetje dit doen, een beetje dat, het gaat vanzelf’. En die nieuwsgierigheid? Die is ontembaar. ‘Daar lijd ik wel eens onder, want soms gaat het alle kanten op. Dan ben ik met een ontwerp voor een sculptuur bezig en dan denk ik: hoe zou dit werken als schilderij? Dus dan kom ik in een hele andere wereld terecht. Want een sculptuur ontwerpen en plannen heeft allemaal praktische kanten, terwijl er aan schilderen niets praktisch is. Als ik niet oplet wordt het een zooitje.’

In het huis van Henneman hebben die twee werelden, van sculpturen plannen en van schilderen, allebei een plek. Samen met zijn vrouw beschikt hij over meerdere verdiepingen van twee herenhuizen in Amsterdam-Zuid, die door trappen, een lift en ingenieuze doorgangen met elkaar zijn verbonden. In het souterrain van het ene pand heeft hij zijn constructieatelier, hier staan werkbanken, zaagmachines en tubes houtlijn. Via een onnavolgbare route komen we in het andere atelier terecht: een ruime en lichte schilderplek op de een na bovenste verdieping.

De Schreeuw, De Kus, Het Wiel

Verspreid door het huis staan schaalmodellen van de standbeelden die Henneman maakte voor de openbare ruimte. De kans is groot dat u de kunstenaar van deze sculpturen kent: strakke, herkenbare beelden die vaak uit slechts een paar lijnen bestaan. Zelf noemt hij ze ‘staande tekeningen’. Denk aan De Schreeuw, het monument ter nagedachtenis aan regisseur en schrijver Theo van Gogh in het Oosterpark in Amsterdam. Of aan De Kus, die in 1982 in Amsterdam-Zuidoost werd geïnstalleerd, en waarvan een variant in 2007 door de gemeente Apeldoorn cadeau werd gedaan aan koning Willem-Alexander en koningin Maxima. Automobilisten die vaak in de buurt van Amsterdam rijden kennen waarschijnlijk ook Het Wiel op het dak van het belastingkantoor langs de A10. Net zo beroemd is het portret uit 2000 van toenmalig koningin Beatrix, de tekening die iconisch werd door een los haarlokje.

Jeroen Henneman in zijn atelier met het werk ‘De blik (Caroline)’. Beeld Els Zweerink
Jeroen Henneman in zijn atelier met het werk ‘De blik (Caroline)’.Beeld Els Zweerink

Naast die bekende kunstwerken in opdracht heeft de kunstenaar sinds de jaren zestig een rijk oeuvre opgebouwd van autonome schilderijen, tekeningen, sculpturen en installaties. Ook maakte hij theatervoorstellingen en televisieprogramma’s en illustreerde hij boeken. Onlangs moest hij door die ruim zestig jaar aan kunstwerken grasduinen, ter voorbereiding op een grote overzichtstentoonstelling die op dit moment te zien is bij Museum Kranenburgh in Bergen.

Wat het bij hem losmaakte om al zijn werk tot nu toe de revue te zien passeren? Vooral verbazing. ‘Heb ik dit allemaal gemaakt?’ Ter illustratie laat hij zijn digitale archief zien: ruim honderdtachtig mappen in categorieën als ‘schilderijen’, ‘grafiek’ en ‘reliëfs’, die ieder weer talloze submappen bevatten. Tamelijk ongelooflijk, concluderen we na enig heen- en weergeklik. Waar discipline en nieuwsgierigheid wel niet toe kunnen leiden.

Roman: Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld (1985) van Haruki Murakami

‘Ik houd erg van de Japanse schrijver Murakami, en dan vooral van zijn vroege werk. In zijn latere boeken zoals Kafka on the Shore, zijn meest bekende, worden de verhaallijnen heel ingewikkeld en barok. De vroegere romans, met Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld als uitblinker, zijn juist knap in hun eenvoud. Daarin werkt hij steeds een centraal idee heel vernuftig uit.

‘Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld’ (1985) van Haruki Murakami. Beeld
‘Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld’ (1985) van Haruki Murakami.

Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld zit geniaal in elkaar, ik heb nog nooit zoiets gelezen. Murakami beschrijft in het boek twee werelden die verschillend zijn, maar parallel aan elkaar verlopen. De ene helft van het verhaal gaat over een vrij saaie man die als data-beveiliger werkt. De andere helft gaat over een man die een eigenaardig leven heeft en in een bibliotheek werkt als lezer van ‘oude dromen’. De hoofdstukken wisselen elkaar af. Gaandeweg ontdek je steeds meer hoe de twee verhalen met elkaar zijn verweven. Hoe precies, dat zal ik hier niet verklappen.’

Brug: Forth Bridge, Schotland

‘Bruggen zijn toch wel geniale uitvindingen. Je hebt natuurlijk de Golden Gate Bridge in San Francisco en de Luis I-brug in Porto. Maar de brug der bruggen is wat mij betreft de Forth Bridge in Schotland. Deze spoorbrug is adembenemend. Hij verbindt de oevers van de Firth of Forth, een brede riviermonding, en stamt uit 1890, toen ze wel al konden rekenen maar nog niet zo heel precies. Dat zie je terug in het ontwerp. Wat ik fascinerend vind, is dat je die gigantische stalen constructie hebt, die drie ruitvormen. Daartussen hangt de brug zelf, dat is eigenlijk maar een heel klein dingetje. De nadruk ligt daardoor op de schoonheid en het vernuftige van het bouwwerk. Ik heb er zelf een hele serie schilderijen aan gewijd.

Forth Bridge, Schotland Beeld Getty Images
Forth Bridge, SchotlandBeeld Getty Images

De Forth Bridge is 2,46 kilometer lang en er is zo’n 55 duizend ton staal in verwerkt. Hij is daarmee ook enorm onderhoudsgevoelig. Er zit permanent een huisje in de brug waar de schilders wonen die aan het onderhoud werken. Dat is ook wel nodig, er is altijd wel een schildersploeg bezig.’

Filmregisseur: Federico Fellini (1920 – 1993)

‘In 1962 woonde ik na een aantal jaren rondzwerven door Europa in Parijs. Daar ging ik soms wel drie keer per dag naar de bioscoop. Ik zag veel Franse films, maar ook veel Italiaanse. Vooral de films van Fellini maakten veel indruk. In mijn gedachten werd hij mij beste vriend, we dachten over alles hetzelfde. Mijn wereld was zoals de wereld in zijn films. En hij verbeeldde die wereld ook nog eens zo goed. Zo gebruikte hij knipsels van rood papier om vuur te verbeelden, geweldig.

Mijn favoriete film van Fellini is Amarcord (1973), een semi-autobiografisch verhaal gebaseerd op Fellini’s eigen jeugd in Rimini. Het doet me erg denken aan jong zijn en aan die periode van zwerven door Europa toen ik een jaar of 18 was. Zo is er een scène met een nogal voluptueuze winkeldame die zich over de jonge hoofdpersoon, Titta, ontfermt. Tijdens mijn zwerftochten kwam ik ook vaak oudere vrouwen tegen die me onder hun hoede namen. Ik was echt nog een jongetje, een ongeleid projectiel en nergens bang voor. Zo kwam ik op heel wat plekken terecht.’

Auto: Bluebird Railton Rolls Royce (1935) (OF: Campbell-Railton Blue Bird?)

‘Ik heb veel met auto’s. Ik ben een hele goede monteur en heb altijd mijn eigen auto’s gerepareerd. Echt waar. Zodra ik op mijn 18de mijn rijbewijs haalde, heb ik mijn eigen auto gekocht: een Fiat 1100, voor 50 gulden. Bij de garage waar ik ’m kocht, aan de Haarlemmerweg in Amsterdam, mocht ik komen werken. Zo heb ik het vak geleerd. Dat kwam onder meer goed van pas toen ik jaren later met een Peugeot 404 stationcar door de Sahara reisde.

Ik heb nooit de behoefte gehad zelf auto’s te ontwerpen, maar ik ben gefascineerd door mensen die dat wel doen. Zoals Sir Malcolm Campbell, een gekke Brit die in de jaren dertig het record ter land wilde verbreken. Hij maakte eerst de Bluebird I en later deze, de Bluebird II, een bizar ontwerp met enorme wielen. Die wielen moesten zo groot zijn omdat het rubber anders uit elkaar spatte. Nu kunnen die dingen makkelijk 300 kilometer per uur, maar destijds kon het rubber dat niet aan. Als je de banden groter maakte was de omwenteling minder, en had je dus minder kans dat het rubber het begaf.’

Schilderij: Het rode atelier van Henri Matisse (1911)

‘Dit is een van de fascinerendste schilderijen die ik ken. Ik zag het voor het eerst in 1973, in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York en was meteen getroffen door de kleur ervan. Hoe bedenk je het, om de hele kamer rood te maken. Zelf heb ik geen verstand van kleur. Ik werk met contrasten: zwart en wit, lijnen, dus dat is iets heel anders. Kleur, dat is het paradijs. Het rode atelier lijkt een figuratief schilderij, want je herkent de objecten, zoals een klok, een tafel en een stoel. Maar het is niet figuratief. Matisse laat zien dat je als kunstenaar met herkenbare vormen een heel eigen wereld kunt creëren.

‘Het rode atelier’ van Henri Matisse. Beeld Moma
‘Het rode atelier’ van Henri Matisse.Beeld Moma

Veel van mijn lievelingsschilderijen zijn trouwens interieurs. Ik ben ook gek op Las Meninas van de Spaanse schilder Diego Velázquez, met die gekke, donkere ruimte. En op de interieurs van de 17de-eeuwse schilder Pieter Janssens Elinga. Daar moet ik nog eens goed over nadenken, wat dat betekent, die voorkeur voor binnenruimten.’

Beeldhouwer: Jannis Kounellis (1936 – 2017)

‘Ik was nog jong toen ik voor het eerst een beeld van de Griekse kunstenaar Jannis Kounellis zag, namelijk een volle juten kolenzak met opgerolde randen op de grond. In eerste instantie begreep ik het niet helemaal. Ik kom zelf uit de kolentijd en dacht meteen aan de jongens die met zulke zakken op hun schouders langs de huizen gingen om kolen rond te brengen. Het zat te dicht op de werkelijkheid. Pas later begreep ik: hij laat niet onze werkelijkheid zien, maar de geheimzinnige beladen werkelijkheid in zijn hoofd. Dat hij daarbij simpele en herkenbare objecten gebruikt zoals zo’n kolenzak, of, in een ander werk, stoelen en dekens, heeft soms een verbijsterende kracht.

 Jannis Kounellis Beeld Getty Images
Jannis KounellisBeeld Getty Images

In 1969 stelde Kounellis twaalf levende paarden tentoon in een galerie in Rome. Met kettingen zaten ze vast aan de muur. Ik heb die installatie niet in het echt gezien, maar las erover en zag er foto’s van. Zo moet je kunst maken, dacht ik toen: vrij van remmingen. Hij heeft me geleerd om los te komen van mijn eigen beperkingen over wat kunst wel en niet kan zijn.’

Gebouw: Lingotto Fiat-fabriek, Turijn

‘Samen met Dirk Jan Postel, de architect van onder meer Museum Voorlinden en Museum Kranenburgh, ga ik eens in de zoveel tijd op een architectuurreis die we zelf organiseren. Een van mijn favoriete reizen was naar het Italiaanse Turijn. De geschiedenis van de schoonheid van die stad zou je kunnen samenvatten als ‘de wet van de remmende voorsprong’. Het was al een schitterende stad en van 1861 tot 1865 ook nog eens de hoofdstad van het verenigde Italië. Veel gebouwen dateren uit die tijd. Ooit waren ze enorm modern, nu is het alsof de tijd er is blijven stilstaan.

De Lingotto Fiat-fabriek in Turijn. Beeld Wikipedia
De Lingotto Fiat-fabriek in Turijn.Beeld Wikipedia

De oude Lingotto-fabriek van Fiat, uit 1922, ligt aan de rand van de stad. Het is een enorm gebouw met een bijzondere open structuur en als klap op de vuurpijl een asfaltbaan op het dak. Daar werden de auto’s getest, en daarna reden ze van de beeldschone afritten aan weerszijden van het gebouw af. Inmiddels is het door architect Renzo Piano omgebouwd tot een complex met een winkelcentrum, horeca en een museum. Het is een vrij hoog gebouw, vanaf het dak heb je een mooi uitzicht over de stad en de Alpen. En dan sta je dus, op dat dak, op een asfaltbaan. Een vrij bizarre ervaring.’

Tekenaar: Hugh Ferriss (1889-1962)

‘De tekeningen van wolkenkrabbers en andere moderne architectuur van de Amerikaan Hugh Ferris heb ik als jonge jongen leren kennen. Onze buurman was schilder en ik kwam graag bij hem over de vloer. Een van de dingen die ik dan deed was bladeren in The Illustrated London News, wat ooit de eerste geïllustreerde krant ter wereld was. Daar kwam ik tekeningen van Ferriss tegen bij artikelen over wolkenkrabbers in de Verenigde Staten. Stel je voor dat je zo goed kan tekenen, dacht ik toen.

Study for Maximum Mass Permitted by the 1916 New York Zoning Law, Stage 4, door Hugh Ferriss. Beeld Sepia Times/Universal Images Gro
Study for Maximum Mass Permitted by the 1916 New York Zoning Law, Stage 4, door Hugh Ferriss.Beeld Sepia Times/Universal Images Gro

Ferriss was architect, illustrator en dichter maar werd vooral bekend met de illustraties die hij in opdracht van andere architecten maakte. Die tekeningen hebben iets heel griezeligs. Niet bepaald wat je wil overbrengen als je als architect een nieuw gebouw aan de man wil brengen, lijkt me. Toch werd hij steeds opnieuw door al die bureaus gevraagd.’

Restaurant: Boccon DiVino, Montalcino, Italië

‘Het eten bij dit restaurant is prima, eenvoudig en lekker. Maar het uitzicht, dat is te gek voor woorden. Het ligt op een heuvel, waardoor je uitkijkt over heel Toscane. Ik ken het daar goed, we hebben in de buurt een huis. Bovendien wandel ik er graag met vrienden. Met mijn wandelclub hebben we een keer precies door dat landschap gelopen, van het stadje Pienza naar Montalcino waar dit restaurant ligt. Dat hele gebied zie je dan dus van bovenaf. Het uitzicht is eigenlijk veel van hetzelfde, het is het plattere deel van Toscane, met die golvende gouden graanvelden. En toch is het prachtig.’

Montalcino, Italië. Beeld Getty Images
Montalcino, Italië.Beeld Getty Images

CV JEROEN HENNEMAN

17 oktober 1942 Geboren in Haarlem.
1959-1961 Studie aan het Instituut voor Kunstnijverheid, Amsterdam.
1961-63 Reizen door Europa.
1964 Studie aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (Antwerpen).
1966 Eerste tentoonstelling.
1982 De Kus wordt onthuld in Amsterdam-Zuidoost.
1996 Het Wiel geïnstalleerd op het Belastingkantoor in Amsterdam.
2000 De Lamp, op het stadskantoor in Zwolle.
2000 Portret van Koningin Beatrix.
2003 Tentoonstelling in Museum Beelden Aan Zee, Den Haag.
2007 De Schreeuw, monument voor Theo van Gogh, onthuld in Amsterdam.
2018 Tentoonstelling in Stedelijk Museum Kampen.
2022 Tentoonstelling Het leven der dingen in Museum Kranenburgh, Bergen.
24 januari 2023 Onthulling van het ontwerp van een borstbeeld van componist Simeon ten Holt (Canto Ostinato) in Museum Kranenburgh, Bergen.

Henneman woont in Amsterdam. Hij heeft een zoon met zijn huidige vrouw Caroline en een dochter uit een eerdere relatie.

 

Pompeii Has Reopened Its Infamous House of Vettii, Home to a Portrait of a Man Weighing His Penis and Other Erotic Frescoes

Pompeii Has Reopened Its Infamous House of Vettii, Home to a Portrait of a Man Weighing His Penis and Other Erotic Frescoes

The ancient murals have been undergoing restoration for the past 20 years.

Erotic frescoes at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.
Erotic frescoes at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

After 20 years of restoration, Pompeii has reopened the House of the Vettii, allowing visitors to see its erotic frescoes in the richly painted villa for the first time in two decades.

“You can stand before these images for hours and still discover new details,” Gabriel Zuchtriegel, director of the Archaeological Park of Pompeii, told the Associated Press.

Those details include a depiction of Priapus, the Greek god of fertility and abundance, with a massive erection, weighing his turgid phallus on a scale against a hefty bag of coins. The seemingly obscene image would have served as a symbol of the homeowners’ prosperity.

“It’s all about saying, ‘We’ve made it and so we are part of this elite,’” Zuchtriegel added.

A fresco depicting God Priapus in the House of the Vettii in the Archaeological Park of Pompeii. Photo by Ivan Romano/Getty Images.

A fresco depicting God Priapus in the House of the Vettii in the Archaeological Park of Pompeii. Photo by Ivan Romano/Getty Images.

The House of the Vettii was the home of Aulus Vettius Conviva and Aulus Vettius Restitutus, two freed slaves who made their fortune selling wine. Historians previously believed the two were brothers, but their shared name probably comes from their former owner.

Their unlikely success story adds to the townhouse’s importance in Roman history.

“The owners, freedmen and ex-slaves, are the expression of a social mobility that would have been unthinkable two centuries earlier,” Zuchtriegel said in a statement. “Their wealth stemmed from commerce in agricultural produce from the territory around Pompeii, but it would appear that prostitution was also practiced in their house by a Greek slave woman who belonged to the most deprived groups of society.”

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

Evidence of the Vettiis’ rise in society includes bronze and marble sculptures and other ornate furnishings.

More erotic paintings—a common subject in Pompeii that currently has its own exhibition at the archaeological park—can be found in a room off of the kitchen in the part of the home that would have served as quarters for enslaved members of the household, accessible only through a heavy iron door. An inscription on the wall of the entrance hall appears to be an ad for Eutychis, “a Greek woman of pleasant manners,” her services available for two copper coins. Experts now believe that the room would have been used as a small brothel.

Following the temporary reopening of the building’s atrium and entrance hall in 2016, the full home is now welcoming visitors to the ancient city, frozen in time after the eruption of Mount Vesuvius in 79 A.D. buried it in ash.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The long-running renovation work at the site, first excavated in the late 1800s, faced many challenges—in large part due to an earlier attempt to preserve the ancient artworks by covering them with layers of parafin wax. Meant to protect the paintings and make them shine, the coating actually proved damaging. It also obscured the works’ delicate details, which became harder to see as the wax grew cloudy over the decades.

“The bright colors and a myriad of details covered by the layers of wax during the 20th-century restoration have re-emerged,” Arianna Spinosa, Pompeii’s director of restoration work, told the Art Newspaper.

The house also required significant structural repairs, from replacing the roof and fixing the floors to replanting the garden and repairing the water channels in peristyle, an outdoor courtyard with an 18-column colonnade.

See more photos of the restored dwelling below.

The House of the Vettii in the Archaeological Park of Pompeii. Photo by Ivan Romano/Getty Images.

The House of the Vettii in the Archaeological Park of Pompeii. Photo by Ivan Romano/Getty Images.

The House of the Vettii in the Archaeological Park of Pompeii. Photo by Ivan Romano/Getty Images.

The House of the Vettii in the Archaeological Park of Pompeii. Photo by Ivan Romano/Getty Images.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

Frescoes at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

Frescoes at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

Frescoes at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

Frescoes at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Luigi Spina, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

The House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii.

A fresco at the House of the Vettii in Pompeii. Photo by Silvia Vacca, courtesy of the Archaeological Park of Pompeii

10 mooie uitspraken van Karel Appel

Vrijheid is een grote discipline

Ik rotzooi maar wat aan

Ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd.

Mijn penseelstreken beginnen in het niets en ze eindigen in het niets en er tussenin vind je de afbeelding (Deze vind ik de mooiste). 

Ik rotzooi maar een beetje aan. Ik leg het er tegenwoordig flink dik op, ik smijt de verf er met kwasten en plamuurmessen en blote handen tegenaan. Ik gooi er soms hele potten tegelijk op.

Een leven zonder inspiratie is voor mij het allerlaagste, het meest platvloerse wat er is.

Pas op je dertigste begin je te wennen aan jezelf.
Van Gogh heeft het geheim van het leven geraakt. En dat was bij Rembrandt ook zo.
Als de eeuwen op hun einde lopen wordt er steevast beweerd dat het voor kunst hetzelfde geldt.
Als je leeft moet je met het leven bezig zijn en niet met de dood.

Zijn foto’s laten zien dat Mondriaan niet alleen een groot kunstenaar was, maar ook een poseur

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/17/zijn-fotos-laten-zien-dat-mondriaan-niet-alleen-een-groot-kunstenaar-was-maar-ook-een-poseur-a4154445

Fototentoonstelling Piet Mondriaan zette zichzelf graag neer als doodserieuze, visionaire kunstenaar. Een fotoboek en -tentoonstelling laten zien wie hij ook kon zijn.

‘Frenologisch portret’ van Piet Mondriaan, circa april 1909.
‘Frenologisch portret’ van Piet Mondriaan, circa april 1909.Foto Alfred Waldenburg, collectie RKD 
Boek: Wietse Coppes en Leo Jansen: Mondriaan en fotografie. De kunstenaar in beeld. Uitg. Tijdsbeeld/RKD, 365 blz., € 59,90

Tentoonstelling: Strike a Pose. Mondriaan en fotografie. T/m 21 mei 2023 in Fotomuseum Den Haag. Inl: fotomuseumdenhaag.nl

17 januari 2023 

Toch was er wel meer dan alleen de kachel niet rechtlijnig en -hoekig in Mondriaans atelier, zo blijkt uit het vorige week verschenen boek Mondriaan en fotografie. De kunstenaar in beeld, waarin Wietse Coppes en Leo Jansen alle 411 bestaande foto’s van Mondriaan of zijn ateliers in Parijs en New York bijeengebracht hebben.

Zo laten foto’s van het atelier in Parijs zien dat Mondriaan daar niet alleen zat op rieten stoelen met gebogen armleuningen en halfronde spanten, maar ook op een sofa met een bolle rugleuning. Ook stonden her en der een ronde asbak en een rond kommetje en hing er een forse bolle lamp aan een wand. Op de grond lag iets wat lijkt op een rond matje van riet en in een hoek van zijn atelier stond pontificaal een rood geschilderde platenspeler, waarop Mondriaan zijn ronde jazz-platen afspeelde.

Substituut voor een vrouw

Misschien maakte Mondriaan dan ook slechts een grapje toen hij tegen Domela zei dat hij zijn potkachel vervloekte en zag hij er eigenlijk een substituut in voor de vrouw die hij nooit had. Maar waarschijnlijk was het een pose. Want, zo willen van Coppes en Jansen bewijzen, behalve een groot kunstenaar was Mondriaan ook een poseur. Strike a pose is dan ook de titel van de tentoonstelling met 70 van de 411 Mondriaanfoto’s in het Fotomuseum Den Haag.

Hoewel er slechts van twee foto’s bekend is dat Mondriaan ze zelf maakte, zette hij fotografie bewust in als branding van de visionaire kunstenaar Mondriaan, laten Coppes en Jansen overtuigend zien. In de portretten die hij Kertész en andere fotografen liet maken, poseerde hij steevast als de doodserieuze, moderne kunstenaar, in zijn atelier als een driedimensionale Mondriaan. Daar maakte hij met zijn Nieuwe-Beeldingsschilderijen de hogere, metafysische werkelijkheid zichtbaar.

Maar vooral uit de snapshots die de vele bezoekers aan zijn atelier maakten, blijkt dat er twee, of eigenlijk, drie Mondriaans hebben bestaan.

De eerste, nog jonge Mondriaan is een traditionele, fors bebaarde schilder van landschappen, stillevens en portretten, die zich bij voorkeur al lezend laat fotograferen in zijn met lappen volgehangen ateliers in Amsterdam. Maar in 1910, een jaar nadat hij lid was geworden van de Theosofische Vereniging en zijn zoektocht naar de ware, zuivere kunst was begonnen, ondergaat hij een metamorfose.

Van een ‘natural genius’ verandert Mondriaan in een ‘learned genius’, schrijven Coppes en Jansen. In korte tijd maakt de romantische, op Raspoetin lijkende kunstenaar plaats voor een moderne zakenman met strak naar achteren gekamd haar die zich hult in driedelige pakken. Ook laat hij een modieuze ‘tandenborstelsnor’ staan, nu beter bekend als Hitlersnorretje. Als hij zich laat portretteren, kijkt hij vrijwel altijd ernstig, streng en afstandelijk recht de camera in.

Soms liepen de bezoeken aan zijn atelier uit op dansfestijnen, waarbij Mondriaan optrad als dj

De kiekjes van zijn vrienden en bekenden laten een derde Mondriaan zien, die ontspannen, vriendelijk en sociaal oogt. De derde Mondriaan heeft altijd bestaan. Zo is Mondriaan op een foto uit 1903 een uitgelaten vakantieganger die een vriend op zijn schouders heeft genomen, vlak voordat ze aan een bootreis van IJmuiden naar Bordeaux beginnen.

In Mondriaan en de fotografie komt Mondriaan niet naar voren als een kluizenaar, maar juist als kunstenaar die zijn hele leven lang druk bezig was met netwerken en het aflopen van feestjes en openingen van tentoonstellingen. Ook maakte hij graag uitstapjes met vrienden en bekenden, naar bijvoorbeeld de door Le Corbusier ontworpen Villa Stein-de Monzie in de Parijse voorstad Garches.

En in zijn atelier, dat als voorbode van het aards paradijs een mythische status kreeg onder kunstenaars, was het een komen en gaan van bezoekers. Soms liepen de bezoeken uit op dansfestijnen, waarbij Mondriaan optrad als dj. En soms trok Mondriaan gezellig een fles wijn open, zoals te zien is op een foto die André Kertész in 1926 nam, nadat hij hem eerder als doodserieuze kunstenaar had vastgelegd.

KOOKKUNSTEN! Restaurant Noma ontketende een revolutie met zijn vernieuwende gastronomie.

Maar dat werd ook de ondergang

https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/13/nadert-de-haute-cuisine-haar-houdbaarheidsdatum-a4154150

Essay Het Deense Noma ontketende een revolutie in de gastronomie. Dat chef René Redzepi zijn sterrenrestaurant sluit, past in de tijdgeest, overweegt .

Wattle seeds zijn de eetbare zaadjes van een inheemse Australische acaciasoort. Je kunt er een lekkere pap van maken. De Deense chef René Redzepi serveerde de pap begin 2016 in drie ‘saltbush-blaadjes’. Hij had het volledige restaurant Noma voor drie maanden van Kopenhagen naar Sydney verplaatst – naar een land met een weidse, gastronomische grotendeels onontgonnen wildernis, letterlijk aan de andere kant van de wereld. Een uitdaging voor hem en zijn team, om erachter te komen wat het betekent om een ‘lokale chef’ te zijn, vertelde hij.

Ik was vijf dagen in Sydney om een artikel te schrijven over Noma’s pop-up voor het modetijdschrift Vogue – Noma was toen al met stip het invloedrijkste restaurant van het decennium en vier keer uitgeroepen tot beste restaurant ter wereld. Toen ik ’s morgens om 05.30 uur aankwam bij het restaurant – om op pad te gaan met de lokale wildplukker – was het licht in de keuken al aan. Achter het fornuis stond een eenzame kok melkvellen te maken. Elk vel kostte een half uur. Om half één begon de lunch, dan moest hij 65 perfecte vellen hebben – om te serveren als ‘taco’ gevuld met marron (rivierkreeft) en magpie goose (ekstergans).

Diezelfde middag liep ik mee met de stagiairs. Onze taak: het uitzoeken van de wattle seeds voor de pap. De zaadjes moesten acht uur lang op 120 graden worden gestoomd om ze exact de juiste garing te geven. Maar zelfs dan zaten er soms nog harde tussen. En harde wattle seeds, daar zit niemand op te wachten. Dus die moesten er tussenuit worden gepeuterd. Met de hand, één voor één, moest ieder zaadje gecontroleerd worden. Een theelepel vol weegt ongeveer een gram. In het midden van de werkbank waaromheen de stagiairs zij aan zij voorovergebogen stonden, stond de weegschaal. Zodra die 300 gram aangaf – dat was genoeg voor het aantal gasten van die dag – werd alles onmiddellijk opgeruimd. Er moesten immers ook nog 1.300 onrijpe macadamianoten worden gepeld. Zo ging dat iedere dag, vijf dagen per week, tien weken lang.

Bottom line: deze extreme en hoogstbewerkelijke, maar vernieuwende gastronomie vereist bovenmenselijke inzet – absurd lange dagen, immense werkdruk en onderbetaalde arbeidskrachten. Het is onwerkbaar om deze torenhoge standaard te onderhouden en tegelijkertijd bijna honderd werknemers op een eerlijke manier te betalen, geeft Redzepi deze week toe in The New York Times. De volledige fine-dining-sector moet op de schop, zegt de chef, die al langer worstelt met de werkomstandigheden van zijn personeel en naar eigen zeggen in de coronaperiode tot verstrekkend inzicht is gekomen. „Het is onhoudbaar. Zowel financieel als emotioneel, als werkgever en als mens – het werkt gewoon niet.”

Daarmee kondigde hij de sluiting van Noma aan: eind 2024 houdt het op te bestaan als regulier restaurant.

Ook al bent u nog nooit in Noma geweest, heeft u nog nooit in Kopenhagen gegeten, zelfs al heeft u in Nederland nog nooit een restaurant bezocht waar u moest reserveren – tenzij u werkelijk nóóit buiten de deur eet, durf ik te wedden dat René Redzepi uw leven heeft beïnvloed. New York Times-recensent Pete Wells, schreef deze week treffend dat hij Noma in de New Yorkse horeca al geproefd had, lang voordat hij in 2018 daadwerkelijk in Kopenhagen aanschoof: „In eenhaps-snacks van rendiermos en gepofte vissenhuid. In de knaloranje duindoornbessen die in allerhande cocktails, jams, sauzen en kaasgangen om de hoek kwamen. In de zure hartvormige blaadjes van de klaverzuring. In het brandende hooi waarmee soms individuele ingrediënten, dan weer hele eetzalen werden geparfumeerd. In het snijdende zuur van pickles en gefermenteerde ingrediënten. In de leistenen, zeeschelpen, boomstammen en rustieke handgemaakte aardewerken kommen die het chique porselein vervingen. In de troebele, hoekige, onvoorspelbare natuurwijnen uit de Jura en de Loire.”

Al deze dingen zijn stuk voor stuk ook al jaren niet meer weg te denken uit Nederlandse restaurants.

De revolutie die Noma ontketende begon met een existentiële crisis van de jonge Redzepi in het eerste decennium van deze eeuw. Waarom importeerde hij als chef de duurste ingrediënten van over de hele wereld naar Kopenhagen, om daar vervolgens precies hetzelfde te koken als chique sterrenzaken in Parijs? Hij besloot radicaal afstand te doen van de luxeproducten die de haute cuisine tot dan toe gekenmerkt hadden. In een Deens restaurant moest men op het hoogste niveau kunnen koken met louter Scandinavische ingrediënten. Dat betekende: geen olijfolie meer, maar koolzaadolie met sparrentakken; geen citroenen maar zure bosmieren en klaverzuring; geen kaviaar maar snotolf-kuit; en gefrituurde korstmossen in plaats van truffels. Redzepi veranderde daarmee het hele concept van luxe: een paddenstoel die slechts drie weken per jaar boven de grond komt, is meer waard dan een blik kaviaar dat je overal ter wereld altijd kan bestellen.

Het is onhoudbaar. Zowel financieel als emotioneel, als werkgever en als mens – het werkt gewoon niet

René Redzepi chef van Noma in The New York Times

Volgens de filosofie van deze New Nordic Cuisine moet een restaurantgast aan het gerecht kunnen proeven en zien op welke plek en in welk seizoen hij of zij zich op dat moment bevindt. A sense of time and place zoals het in de stroming wordt genoemd. Dat inspireerde jonge, ambitieuze chefs in de hele wereld om topgastronomie te bedrijven vanuit hun eigen culturele bagage en met lokale ingrediënten. Virgilio Martínez bedient in zijn restaurant Central in Lima de culinaire jetset met oerknollen uit de Andes. Alex Atala van D.O.M in Saõ Paulo werd beroemd met enorme rode mieren uit de Amazone die naar citroengras en gember smaken. Bij Vladimir Mukhin van White Rabbit in Moskou eten de rijkste Russen elandlippen. Ondertussen is er bijna geen zichzelf respecterend restaurant meer te vinden, ook in Nederland, dat niet werkt met lokale ingrediënten, wildpluk en fermentatie.

Een uitdaging bij deze zelfopgelegde, strikte geografische beperking was dat de Scandinavische winter buiten vis en zeevruchten weinig te bieden heeft. Dus zochten Redzepi c.s. hun heil in oude conserveringstechnieken, zoals roken, inmaken en fermenteren, om in de schaarse maanden op de overvloed van de zomer te kunnen teren. Noma bouwde een fermentatielaboratorium van oude zeecontainers. Tien jaar later rolt het Latijnse woord ‘garum’ bij iedere kok over de lippen alsof het de normaalste zaak van de wereld is – de naam voor een gefermenteerde vissaus die in het Romeinse rijk ontstond en die vergelijkbaar is met de moderne Thaise nam pla. Tegenwoordig kopen we streekproducten en kombucha in de supermarkt.

Chef René Redzepi bij Noma in Kopenhagen, december 2022. Foto Ditte Isager/The New York Times

Noma introduceerde een nieuwe esthetiek – die van schelpen, stenen en takken. Borden leken op het landschap waar de ingrediënten vandaan kwamen. En Noma veranderde de omgangsvormen in het hogere restaurantsegment. Ieder gast wordt er door het voltallig keukenpersoneel met een glimlach welkom geheten. Geen stijve afstandelijke bediening, maar aardige mensen zoals jij en ik in modieuze canvas schorten. Geen strak wit linnen meer op tafel, maar een knus schapenvelletje. Ook gastvrijheid op het hoogste niveau mag tegenwoordig gezellig en relaxed zijn.

Terwijl alle ogen op Kopenhagen gericht waren, zag Noma kans de hele wereld altijd één stap, of liever zes stappen, voor te blijven. Ik heb het geluk gehad om zeven keer te mogen aanschuiven bij Redzepi. Nooit voelde het als een herhaling. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik te veel betaalde. Iedere keer overtrof het de vorige ervaring.

In 2012 bleek de amuse al de hele tijd op tafel te staan tussen de bloemen in de vaas en aten we een mossel, inclusief eetbare schelp van brooddeeg gekleurd met inktvisinkt. Toen in de rest van de wereld bloempotjes met eetbare aarde opdoken, stelde Redzepi de grenzen van zijn hyperlokale filosofie op de proef door aan de andere kant van de wereld, aan het zonnige Barangaroo Waterfront in Sydney, umami-rijk alligatorvet op kippenbouillonvellen te serveren. In 2015 kregen we, in Kopenhagen, getrancheerde wilde-eendenborst geserveerd op de plek waar die oorspronkelijk in de eend had gezeten. De eend zelf – kop, snavel en poten incluis – werd vervolgens weer ingenomen om er de volgende gang mee te bereiden.

Ondertussen is er bijna geen zichzelf respecterend restaurant meer te vinden dat niet werkt met lokale ingrediënten, wildpluk en fermentatie

Terwijl een hele generatie Europese chefs op zoek was naar een alternatief voor balsamico en sojasaus binnen een straal van vijf kilometer rond hun restaurant, en naar het lokale equivalent van de sparrentoppenolie, was Redzepi zich aan het bezinnen op zijn volgende move. In 2018 opende Noma 2.0 op een nieuwe locatie met een nieuw concept. Redzepi zocht nu naar de grenzen van koken met de seizoenen : in de wintermaanden, als de zee koud is en de vis het mooist, is Noma een visrestaurant; in de zomer, als de rijkdommen van het land in overvloed zijn, is het een vegetarisch restaurant; in de herfst een wildrestaurant. Een truffeltje uit Italië of een plukje saffraan is tegenwoordig wel weer toegestaan.

Ondertussen bleven ze doorfermenteren: garum van sprinkhanen, lactokoji-water, miso’s van hazelnoot of oud brood. Smaken werden complexer, gerechten kregen meer diepgang. Het leverde ook prachtige kookboeken op, waaruit niemand ooit thuis iets zal namaken.

De gerechten werden nooit minder bewerkelijk. Bouillon uit een gepolijste zeeschelp waarvan de rand was versierd met minuscule, nauwkeurig gepositioneerde kruiden. Vier jaar later dronken we de krabbenbouillon uit een flacon, gebouwd van twee krabbenpantsers met bijenwas aan elkaar gesmolten. Aten we een gehalveerd kwartelei dat ons vanuit een mosseltje (het weekdier, niet de schelp) aankeek als een erotisch Oog van Sauron en een cracker met plakken gepekelde eierzak van de kabeljauw, als twee blozende billetjes in een kring van zorgvuldig gerangschikte zonnebloempitjes – uiteraard waren de kleinste onderdelen gelakt met sauzen op basis van gefermenteerde thee of van fazantenolie.

Het absolute hoogtepunt van bewerkelijkheid was een volledige langoustine die naakt als een Ikea-bouwpakket op het bord lag: niet alleen uit de scharen, die bij een langoustine al niet zo veel voorstellen, maar uit ieder segmentje van de uitermate dunne pootjes was het vlees door een kok met een klein deegrollertje intact naar buiten geduwd. Voor tachtig man per dag!

René Redzepi met bij de Deense Ljammerfjord geplukte kruiden. Foto Erik Refner/The New York Times

‘Noma heeft een monster gecreëerd met gerechten die zó bewerkelijk zijn, zó complex, waar zoveel handjes voor nodig zijn. Het is een ongelooflijk bedrijf. Dat is onmogelijk vol te houden zonder dertig stagiairs dagen van zestien uur te laten draaien”, zegt chef Richard Ekkebus van tweesterrenrestaurant Amber in Hongkong. Maar ze hebben het niet uitgevonden, weet Ekkebus, die opgeleid is door de grote Franse chefs van de vorige eeuw. „Joël Robuchon liet eind jaren tachtig ook al zijn 120 dotjes saus rond ieder bord bloemkoolpuree zetten door onbetaalde stagiairs. In die tijd waren er zelfs bedrijven die er geld aan verdienden. Daar betaalde je om stage te mógen lopen, bij wijze van opleiding.”

De restaurantsector was lang een notoir toxische werkomgeving. Pesterijen en vernederingen waren in de grote sterrenkeukens eind vorige eeuw eerder regel dan uitzondering. Zo heeft Ekkebus een keer een week lang met twee gebroken duimen door moeten werken in de keuken van Alain Passard in Parijs. Hij was van de trap gevallen. Maar brood bakken met twee duimen in het gips was geen optie. Dus hij mocht kiezen: doorwerken of vertrekken.

Hoewel de omstandigheden al flink verbeterd zijn, blijven in het hogere horecasegment met enige regelmaat misstanden aan het licht komen. Afgelopen jaar nog schetste het magazine van de Financial Times een grimmig beeld van de ‘achterkant’ van het Kopenhaagse restaurantwezen. Op basis van anonieme bronnen werd melding gemaakt van seksisme, homofobie, pesterijen, racisme en zelfs fysieke mishandeling – over een chef werd gezegd dat hij koks in opleiding regelmatig knietjes in het kruis gaf. Ook Noma kreeg ervan langs in het artikel, al gaat het daarbij niet om mishandelingen, maar voornamelijk over de uitbuiting van onbetaalde stagiaires, die zeventig-urige werkweken moesten draaien en in de winter buiten eenden moesten plukken met verkrampte handen van de kou.

Het is dan wel heel makkelijk om je straatje schoon te vegen als voorvechter van eerlijke werkomstandigheden, nadat je succes en wereldfaam hebt vergaard dankzij het verziekte systeem waar je nu tegen ageert – zo klinken kritische geluiden uit de internationale horeca.

Noma heeft een monster gecreëerd met gerechten die zó bewerkelijk zijn, zó complex, waar zoveel handjes voor nodig zijn

Richard Ekkebus chef van tweesterrenrestaurant Amber in Hongkong

Toch hebben Redzepi en Noma de afgelopen jaren moeite gedaan om de werkdruk te verlagen door openingstijden, uren en het aantal shifts aan te passen, zegt Tim van der Molen, chef van restaurant Coulisse in Amsterdam, die tussen 2016 en 2019 als kok in de keuken van Noma werkte. „In de aanloop naar de verhuizing en de opening van Noma 2.0 is ontzettend veel gesproken over het veranderen van de bedrijfscultuur en de omgangsvormen in de keuken. Om de vicieuze cirkel te doorbreken van koks die zijn opgeleid door schreeuwende chefs en zelf niet beter weten dan te schreeuwen als ze de leiding krijgen”, zegt Van der Molen. Hij kwam zelf als stagiair binnen bij Noma en hij herkent zich helemaal niet in het beeld dat geschetst werd in FT Magazine. Ondertussen werkt er niemand meer onbetaald in de keuken van Noma, zegt Redzepi in The New York Times.

Stagelopen bij Noma was en is een grote eer en staat goed op je CV. Aspirantkoks staan er nog steeds voor in de rij. Maar dit businessmodel piept en kraakt al langer in zijn voegen. Dat past in twee bredere maatschappelijke trends: werknemers nemen geen genoegen meer met onveilige werksituaties (denk DWDD en turncoaches) en jonge arbeidskrachten zijn simpelweg niet meer bereid om belachelijke lange dagen te werken, sinds ze erachter kwamen dat ze als vaccinatie-assistent bij de GGD meer kunnen verdienen, met normale werkuren.

Lees hier:Culinair fetisjisme is populair in films en seriesDe hele sector, van Nederland tot Hongkong, kampt sinds corona met personeelstekorten. „Dat is voor een groot deel onze eigen schuld”, zegt Ekkebus. „We hebben een slecht imago gecreëerd door mensen zo lang niet goed te behandelen en te betalen. Er moet dus zeker iets veranderen in de manier waarop we mensen inzetten, anders is het niet langer vol te houden.” In zijn restaurant Amber werkt Ekkebus bijvoorbeeld niet meer met een klassieke ‘witte en zwarte brigade’ – een keukenteam en een bedieningsteam – maar met een ‘grijze’ brigade: „koks staan in de bediening en andersom. Dan kunnen we met minder mensen opereren.”

Dat een nieuwe generatie simpelweg niet meer bereid is om exorbitant lange dagen te werken vindt Ekkebus, die zelf zijn hele leven zestien tot achttien uur per dag gewerkt heeft, geen slechte zaak. „Vroeger was dat normaal. Maar wij besluiten als maatschappij dat we dat asociaal vinden. Dat is vooruitgang. Net zoals het nu niet meer normaal is om in een restaurant te roken.”

Het betekent dat de consument eraan zal moeten wennen dat luxe eten nog duurder wordt, zegt Ekkebus. Niet alleen omdat de prijzen van grondstoffen en ingrediënten op dit moment stijgen. „Er wordt al decennia lang geen eerlijke prijs betaald voor het eten in de hogere gastronomie. De realiteit is dat fine dining altijd voor een groot deel gedraaid heeft op de liefde van de mensen die bereid waren zo veel uren in het vak te steken.”

Een uitgebreid menu bij Amber in het chique Mandarin Oriental hotel in Hongkong kost omgerekend 330 euro (zonder drank). „En dan hebben wij de luxe dat we geen huur betalen in het hotel. Als wij, net als alle andere restaurants, wel huur moesten betalen, dan zouden wij ook Nomaesque prijzen moeten rekenen.” Bij Noma betaal je op dit moment 480 euro.

Betekent dit het einde van fine dining zoals we het kennen? Vast niet. Laten we ook niet doen alsof het in ieder toprestaurant de norm is om één persoon de hele dag bezig te laten zijn met één component van één onderdeel van één gang, zegt ex-Nomachef Van der Molen. „Noma verkeerde in een unieke luxepositie, om telkens te kunnen zeggen: niets is te gek. Maar je kunt ook op andere manieren vernieuwend zijn en geweldige gerechten serveren.”

Leeshier een eerder verslag van culinair recensent Joël Broekaert van een diner bij NomaNoma stopt en dat is goed. Na drie Michelinsterren en vijf keer uitgeroepen worden tot beste van de wereld kun je alleen nog maar stoppen op je hoogtepunt. Dan blijf je voor altijd de beste. Maar ik heb natuurlijk makkelijk praten. Ik was erbij, ik maakte het mee. Die betovering kan nu niet meer verbroken worden.

Maar dat Noma voorgoed de deuren sluit als regulier restaurant wil niet zeggen dat Redzepi en Noma uitgespeeld zijn. Ze gaan door met experimenteren, fermenteren en het produceren van producten voor thuis, zoals de smoked mushroom garum. En ze hebben aangekondigd op pop-up-basis te blijven koken. Feit is dat Redzepi voorlopig nog de culinaire paus blijft: als hij een scheet laat, staat het grootste deel van de culinaire wereld nog steeds in de rij om te ruiken wat hij gisteren gegeten heeft. Misschien is de bom die Redzepi deze week in de media dropte de aanzet tot de volgende vernieuwing in de restaurantsector, ditmaal op gebied van personeelsbeleid?

Hoe het ook zij, deze laatste wending in het verhaal van Noma getuigt opnieuw van Redzepi’s feilloze gevoel voor time and place.

 

Het einde van Artkitchen Gallery is afscheid van stoute kunst: ‘Preutsheid en angst regeren’

Dertig jaar lang combineerde Artkitchen Gallery punk en Fluxus, mode en streetart, seks en politiek. Maar de linksbuiten van de Amsterdamse kunstwereld stopt ermee. Galeriehouder Jeannette Dekeukeleire wil niet meer strijden tegen vertrutting en angst.

Edo Dijksterhuis
Manifestatie ‘Make love, not war’ op Station RAI, 2015. Na klachten van Amerikaanse toeristen moesten de Duitse helmen met wietplantjes weg. Beeld
Manifestatie ‘Make love, not war’ op Station RAI, 2015. Na klachten van Amerikaanse toeristen moesten de Duitse helmen met wietplantjes weg.
Lees verder:
https://www.parool.nl/ps/het-einde-van-artkitchen-gallery-is-afscheid-van-stoute-kunst-preutsheid-en-angst-regeren~b10677c2/?utm_campaign=shared_earned&utm_medium=social&utm_source=email

‘Iedereen zou eens in zijn leven een vlieger moeten maken en oplaten.’ Of er een ophangen :) Die van Jan Cremer bijvoorbeeld.

In een tijd die nu of vroeger zou kunnen zijn, zweven Anna Rubins adembenemende vliegers boven het ruige landschap van haar Oostenrijkse moederland. Al meer dan twintig jaar maakt Rubin complexe ontwerpen op basis van Japanse methodes voor vliegers en met kennis van de wind en de lokale alpine-topografie. Een lichtgewicht frame van gespleten bamboe en handgeschept papier komen samen in zachte, doorschijnende vormen die zich vermengen met de mist in de bergen. Voor Rubin gaan de vliegers over het behoud van een oude cultuur en ambacht, maar vooral ook over het plezier van vliegeren: ‘Iedereen zou eens in zijn leven een vlieger moeten maken en oplaten.’
Lees meer over Anna Rubin in See All This #28.

https://newsletter.seeallthis.com/kunstbrief-532/?mc_cid=87df248d7b&mc_eid=5f1b472042

De tulpen als product van zijn perceptie. De Tulpenvlieger van Jan Cremer

Kunstwerk van Banksy weggehaald door gemeente omdat buurtbewoners er afval in bleven gooien

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20230112_92822472

De gemeente Lowestoft, in het oosten van Engeland, heeft een werk van de bekende kunstenaar Banksy laten verwijderen, omdat de buurtbewoners er afval in bleven gooien.

Bron: Metro

Het kunstwerk bestaat uit een grote muurschildering van een meeuw boven een echte afvalcontainer. De container werd in december op verzoek van de gemeenteraad verwijderd, nadat buurtbewoners de container, die afgeschermd was met folie, bleven gebruiken om hun afval in te dumpen. “De gemeenteraad deed hun beklag over het afval”, aldus de eigenaar van het appartementsgebouw waarop de muurschildering staat.

Volgens een lokale kunsthandelaar is het kunstwerk 250.000 tot 2 miljoen pond waard. “Maar het is triestig dat iemand nu alle betekenis erachter heeft weggehaald”, klinkt het. “Je hebt de container nodig. De muurschildering op zich is niks waard. Nu is het als een ijsje zonder het hoorntje.”