Een koffiekan in rouw gedompeld

Tentoonstelling: Klaas Gubbels, Overzicht. Monografie: Klaas Gubbels. Uitg. Waanders, 224 blz.

Hans den Hartog Jager

Bij Gubbels is er nauwelijks sprake van zo’n conceptuele lading: zijn werk is wat je ziet – tenminste, tot op zekere hoogte. Want Gubbels is een romanticus. Dat merk je vooral aan zijn koffiekannen: dat zijn geen ‘kannen om de kannen’, maar vehikels waaraan Gubbels zijn stemmingen, emoties en verlangens ophangt, zoals een romantische schilder dat doet aan een eenzame boom in het landschap. Neem bijvoorbeeld Lucebert, een schilderij dat Gubbels in 1994 maakte, na de dood van de dichter/schilder. Ook hier zien we een koffiekan, op het eerste gezicht een van de velen, maar wie langer kijkt ziet dat de tuit minder gretig gluurt dan anders, dat de kleur matgrijs is en dof – een koffiekan, in rouw gedompeld. Om daar geen misverstand over te laten bestaan heeft Gubbels er in grote, rode letters het woord ‘verdriet’ op gekalkt. En zo gaat het vaker: soms heet een liggende blauwe koffiekan ineens Rustig of blijkt een tekening de titel Eenzame tafel te dragen. En als toeschouwer merk je langzaam dat al die koffiekannen en tafels voor Gubbels een hele wereld van emoties en handelingen vertegenwoordigen, en op het moment dat je dat door hebt, heb je de titels steeds minder nodig.

De combinatie van de steeds vertrouwder wordende elementen is bij Gubbels geen teken van obsessie, eerder een poging om de wereld hanteerbaar te maken – er spreekt dan ook een sterk gevoel van huiselijkheid uit al het werk op de tentoonstelling. Gubbels is geen kunstenaar van grote concepten of ideeën – bij hem wordt de wereld voor even overzichtelijk.