De tulpen als product van zijn perceptie. De Tulpenvlieger van Jan Cremer

Kunstenaar:Jan Cremer
Titel van kunstwerk:Tulpenvlieger
Techniek:zeefdruk
Signatuur:Handgesigneerd
Jaar:2002
Periode:2000-2009
Editie:290/300
Staat:Nieuw
Afbeeldingsgrootte:60×50 cm
Verkocht met lijst:Nee



Biografie 

Schilder/schrijver Jan Cremer (Enschede, 1940) heeft zich al vanaf het begin van zijn opleidingen aan de verschillende kunstacademies die hij bezocht, gespecialiseerd in de grafische technieken. 

Jan Cremer studeerde eerst aan de Academie voor Beeldende Kunst en Industrie (AKI) in Enschede, waar hij in 1955 zijn eerste linosneden maakt. Op de academie ‘Kunstoefening’ in Arnhem leerde hij de eerste beginselen van het lithograferen van Hendrik Valk. Later, op de academies van Den Haag en Parijs als leerling van Paul Citroen en Ossip Zadkine, bekwaamde hij zich vooral in de steendruktechniek 

Met een beurs van de Franse regering vertrok Jan Cremer in 1959 naar Parijs waar hij in de Rue Santeuil terechtkomt, de befaamde huidenopslagplaats met de ateliers van onder meer Bogart, Appel en Corneille. Daar assisteerde hij Bram Bogart. Later werkte hij samen met onder meer Karel Appel, Jean Pons, Piet Clement en Peter Bramsen. 

Landelijk Atelierweekend 26 en 27 juni

Op zaterdag 26 en zondag 27 juni vindt het Landelijk Atelierweekend plaats. Meer dan 200 ateliers in heel Nederland openen deze dagen hun deuren voor kunstliefhebbers in hun eigen omgeving en daarbuiten. 
De toegang is gratis en veel ateliers organiseren extra activiteiten zoals onder meer mini-workshops of demonstraties.
Kijk voor de deelnemende ateliers in uw omgeving op landelijkatelierweekend.nl, klik op het atelier dat u wilt bezoeken om meer te lezen over de openingstijden en eventueel aanvullende maatregelen met betrekking tot het coronavirus. In sommige gevallen wordt u gevraagd om vooraf te reserveren. 

Karel Appel Het eerste deel van de oeuvrecatalogus van Karel Appel staat online. Wat blijkt: zijn uitspraak „Ik rotzooi maar wat an” klopt niet; Appel werkte vaak met voorstudies.

https://www.nrc.nl/nieuws/2021/04/12/met-software-op-zoek-naar-valse-karel-appels-a4039413

Met software op zoek naar valse Karel Appels

Karel Appel, ‘Forgotten Picnic’. Serie, ‘Sag zum Abschied leise Servus’, 1997. (Olieverf op canvas, 200 x 260 cm). Een van de werken die recent zijn opgenomen in het eerst gepubliceerde deel van zijn oeuvrecatalogus.
Karel Appel, ‘Forgotten Picnic’. Serie, ‘Sag zum Abschied leise Servus’, 1997. (Olieverf op canvas, 200 x 260 cm). Een van de werken die recent zijn opgenomen in het eerst gepubliceerde deel van zijn oeuvrecatalogus.Foto © Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2021 

Onaangekondigd stond hij in januari opeens online: de Catalogue of works by Karel Appel. Dat was een prettige verrassing in het honderdste geboortejaar van de grootste naoorlogse Nederlandse kunstenaar.

Eerdere pogingen om het enorme oeuvre van Appel te inventariseren waren immers gestrand. Dat vijftien jaar na zijn overlijden onverwachts documentatie over achthonderd schilderijen en driedimensionale schilderijen beschikbaar is gekomen, betekent dat eindelijk een forse eerste stap is gezet.

Namens de in Amsterdam gevestigde Karel Appel Foundation houdt bestuurslid Franz Wilhelm Kaiser (1957) toezicht op het project. Het publiceren van een oeuvrecatalogus noemt de oud-conservator van het Kunstmuseum Den Haag „de meest fundamentele taak van elke stichting die de nalatenschap van een kunstenaar beheert”. Voor kunsthistorici, de kunsthandel, verzamelaars en andere belangstellenden is zo’n naslagwerk volgens hem van essentieel belang.

De werkzaamheden zijn jaren geleden al begonnen, vertelt Kaiser. Onder leiding van Jonas Storsve, hoofd prentenkabinet van Centre Pompidou in Parijs, is een handvol kunsthistorici begonnen met het beschrijven van alle authentieke schilderijen en sculpturen van Appel. Dat zijn er naar schatting tussen de 2.500 en 3.000. Later zullen ook de duizenden tekeningen van Appel aan bod komen.

Eerst is nagedacht over de aanpak, vertelt Kaiser. Naast een foto biedt de catalogus bij elk kunstwerk informatie over afmetingen, gebruikte materialen, plaats van de signatuur, de herkomst- en tentoonstellingsgeschiedenis, een literatuuropgave en een link naar voorstudies. Dat laatste zorgt voor verrassingen, zegt Kaiser. „‘Ik rotzooi maar wat an’ – die beroemde uitspraak van Appel, wordt altijd maar herhaald. Maar hij maakte vaak voorstudies, die hij op doek nauwgezet volgde.”

Karel Appel, Person and Planet, 1997. (Olieverf op canvas, 193 x 243 cm). Een van de werken die recent zijn opgenomen in het eerst gepubliceerde deel van zijn oeuvrecatalogus.Foto © Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2021

Herkomstgeschiedenis

Bij zo’n complex project, zegt Kaiser, begin je met het meest eenvoudige stuk. Dat is bij Appel het late werk. Daarvan is de relevante informatie vrijwel compleet aanwezig. Hoe verder de catalogusmakers teruggaan in de tijd, hoe ingewikkelder het wordt en hoe meer onderzoek nodig is.

Het liefst wil de stichting van elk kunstwerk de complete herkomstgeschiedenis achterhalen: van het atelier tot aan de huidige eigenaar. Wat enorm helpt is dat Harriët Appel-de Visser (1948), de derde en laatste echtgenoot van de kunstenaar, eind jaren zeventig begon met het administreren van alle nieuwe kunstwerken van haar man. Samen met de archieven van de galeries die Appel vertegenwoordigden, biedt dat volgens Kaiser „een stevige basis” voor het herkomstonderzoek.

Maar bij oudere werken lukt het soms niet om de complete provenance te traceren. Hoe stel je dan vast of zo’n werk zonder herkomstgegevens geen vervalsing betreft? Net als andere gewilde kunstenaars is ook Appel immers regelmatig vervalst.

Daar zijn verschillende methoden voor, antwoordt Kaiser. Het oordeel van experts is belangrijk, maar niet zaligmakend. „Het verleden heeft uitgewezen dat niemand onbevooroordeeld kan oordelen. Wij lachen nu om de kunsthistorici die de Vermeers van Han van Meegeren goedkeurden. Ten onrechte: zulke fouten zijn heel menselijk.”

Karel Appel, Staand naakt. Serie, Machtswil der planeten, 2000. (Olie- en acrylverf op canvas, 260 x 200 cm).Foto © Karel Appel Foundation c/o Pictoright Amsterdam 2021

Kunstmatige intelligentie

De Appel Foundation vertrouwt daarom naast het kennersoog ook op moderne techniek. Bij twijfelgevallen kan wetenschappelijk forensisch onderzoek naar gebruikte materialen een hulpmiddel zijn. Nadeel, zegt Kaiser, is dat verfonderzoek kostbaar is en dat het hooguit helpt om kunstwerken uit te sluiten. Een vervalser die dezelfde materialen als Appel gebruikte, betrap je er immers niet mee.

De Appel-onderzoekers werken daarom ook samen met Art Recognition, een Zwitsers bedrijf dat software maakt om vervalsingen te detecteren. Een algoritme wordt gevoed met typische, onbetwistbaar authentieke werken en leert zo het handschrift van een kunstenaar herkennen. Geconfronteerd met een onbekend kunstwerk geeft de software met een percentage aan hoe groot de kans is dat het van de hand van dezelfde kunstenaar is. Kaiser: „Kunstmatige intelligentie heeft als voordeel dat het geen vooroordelen heeft.”

Buitenlandse kunstenaarsstichtingen zijn soms aangeklaagd door eigenaren van kunstwerken die geweerd werden in oeuvrecatalogi omdat de samenstellers niet overtuigd waren van de echtheid. Kaiser: „Wij hebben het laatste woord. Met een goede onderbouwing is er niets aan de hand.” En geldt dat ook voor vervalsingen die ooit door de kunstenaar abusievelijk zijn geautoriseerd? Ja, zegt Kaiser. „Dat soort fouten hebben alle kunstenaars gemaakt. Maar als wij denken dat een werk niet van Appel is, nemen we het niet op.”Lees ook:Werk Karel Appel smelt weg

Misschien duurt het nog wel tien jaar voordat de klus is geklaard. Kaiser vertrouwt erop dat de catalogus de belangstelling voor Appels werk zal aanwakkeren. „Wat hij na zijn Cobra-tijd maakte, zeg maar de laatste vijftig jaar van zijn leven, is slecht onderzocht. In de universitaire wereld is daar weinig kennis over voorhanden. Er valt nog heel veel te doen. De catalogus is daarbij een belangrijk instrument. Hopelijk zorgt het voor een nieuw discours en kan het jonge kunsthistorici inspireren tot onderzoek.”

En dat discours is nodig om Appels kunst relevant te houden, zegt Kaiser. „Kunst blijft alleen leven zolang mensen erover blijven praten en schrijven.”De Catalogue of works by Karel Appel is te raadplegen via karelappelfoundation.com